Publiekrecht – Fraudewet onverbindend ECLI:NL:CRVB:2014:3754

  • Datum: 25 november 2014

  • Rechtbankniveau: Centrale Raad van Beroep

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Na de beëindiging van zijn dienstverband als leraar, geniet X een WW-uitkering. In de periode van augustus 2012 tot zijn melding aan het UWV op 27 maart 2013 heeft X vier wijzigingen in het aantal gewerkte uren niet meteen aan het UWV doorgegeven. Hierdoor heeft hij te veel WW ontvangen en vordert het UWV het teveel betaalde bedrag terug. Daarnaast legt het UWV een boete op van €14.658. Hierbij past het UWV het vanaf 1 januari 2013 geldende zwaardere boeteregime van 100% van het benadelingsbedrag toe. Tot 1 januari 2013 gold nog als strafmaat 10% met een maximum van €2.269.

Rechtsvraag

Mag het zwaardere boeteregime dat vanaf 1 januari 2013 geldt worden toegepast op overtredingen die hebben plaatsgevonden voor 1 januari 2013?

Centrale Raad van Beroep

De CRvB oordeelt, net als de Rechtbank Noord-Nederland, dat het in strijd is met internationaal recht wanneer de vanaf 1 januari 2013 geldende, strengere regels voor boetes in de sociale zekerheid worden toegepast op overtredingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013. Het oude sanctiestelsel blijft van toepassing voor zover het handelen en nalaten van een uitkeringsgerechtigde wanneer dit plaatsvond vóór 1 januari 2013. Voor het nieuwe boeteregime geldt dat de rechter indringender moet toetsen of de hoogte van de boete evenredig is. Voorkomen moet worden dat een onbalans ontstaat tussen de boetes die vallen onder het bestuursrecht en de strafrechtelijke boetes voor overtredingen van de inlichtingenplicht in de sociale zekerheid.