Privaatrecht – Shell ECLI:NL:RBDHA:2021:5337

  • Datum: 26 mei 2021

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Den Haag

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Feiten

Een alliantie van belangenorganisaties en ruim 17.000 individuele eisers hebben, met leiding van Milieudefensie, Royal Dutch Shell Plc (met voormalig hoofdkantoor in Den Haag) gedagvaard om een reductie van de CO2-emissies van RDSl te vorderen. Als grondslag voor hun vordering stelde Milieudefensie dat RDS onrechtmatig handelt jegens hen. Verder argumenteerden zij dat er voor de invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm gebruik kan worden gemaakt van de ‘Kelderluik-criteria’, mensenrechten en soft law.

In de context van de uitspraak van rechtbank is van belang een schets te maken van klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Sinds het begin van de industriële revolutie gebruikt de mensheid op grote schaal energie die voornamelijk wordt gewonnen door fossiele brandstoffen te verbranden. Hierbij komt koolstofdioxide vrij. CO2 is het belangrijkste broeikasgas en houdt tezamen met andere broeikasgassen de door de aarde uitgestraalde warmte vast in de atmosfeer. Dit wordt het broeikaseffect genoemd. Dit effect wordt sterker als er meer CO2 in de atmosfeer terecht komt. Het klimaatsysteem reageert vertraagd op de uitstoot, wat betekent dat de effecten van de uitgestoten CO2 pas te merken zal zijn over dertig tot veertig jaar.

In de klimaatwetenschap – dat wil zeggen de wetenschap die zich bezighoudt met het klimaat en klimaatverandering – en binnen de internationale gemeenschap bestaat al geruime tijd consensus dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet mag toenemen met meer dan 2ºC ten opzichte van de gemiddelde temperatuur in het pre-industriële tijdperk. De totale wereldwijd resterende ruimte om nog broeikasgassen uit te stoten wordt wel aangeduid als het carbon budget of het koolstofbudget. Op dit moment belopen de mondiale CO2-emissies 40 Gt CO2 per jaar. Ieder jaar dat de CO2-emissies op dit niveau blijven, gaat er dus 40 Gt van het koolstofbudget af. De mondiale gevolgen van klimaatverandering zijn kenbaar uit de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (hierna: IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties.

In 1972 is de Verklaring van Stockholm opgesteld, waarin basisbeginselen van internationaal milieubeleid en -recht zijn vastgelegd. In 1992 is het VN-klimaatverdrag geratificeerd. In dit verdrag ligt de focus op de bescherming van de ecosystemen van de planeet en de mensheid. Verder beoogt het een duurzame ontwikkeling ter bescherming van de huidige en toekomstige generaties. Inmiddels zijn er vele ‘Conference of the Parties’, het hoogste besluitvormende orgaan binnen het verdrag, geweest, waarvan de meest recente in Glasgow werd gehouden.
Uit het akkoord van Parijs, ondertekend op 22 april 2016, volgde dat elk land zal worden aangesproken op zijn individuele verantwoordelijkheid om uitstoot te verminderen.

Artikel 191 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bevat de milieudoelstellingen van de EU. In Nederland is de Nederlandse staat door de stichting Urgenda, een burgerplatform dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van plannen en maatregelen ter voorkoming van klimaatverandering, gedagvaard met als gevolg dat de Nederlandse staat bevolen is de uitstoot van broeikasgassen per eind 2020 met minstens 25% terug te brengen ten opzichte van 1990.

Het Geschil

Op Royal Dutch Shell rust een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Voor invulling van de genoemde zorgvuldigheidsnorm dient gebruik te worden gemaakt van de Kelderluik-criteria, mensenrechten en in het bijzonder het recht op leven en ongestoord gezinsleven als opgenomen in het EVRM alsmede soft law zoals Europese richtlijnen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. RDS is verplicht ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 2019 in absolute zin met 45%, vermindert. RDS dreigt de verplichting te schenden wat resulteert in gevaarzettenden desastreus concernbeleid dat zich niet verhoud met de klimaatdoelen om, ter bescherming van de mensheid, de menselijke leefomgeving en de natuur, een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen.

De Rechtbank

de rechtbank heeft de vordering van milieudefensie toegewezen omdat volgens haar RDS verplichting heeft om via het concernbeleid van Shell-groep de CO2-uitstoot van de activiteiten van de Shell-groep eind 2030 te verminderen met netto 45% ten opzichte van 2019. De rechtbank is tot deze uitspraak gekomen door invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden. Relevante feiten en omstandigheden waren bijvoorbeeld de beschikbare wetenschap over de aanpak van gevaarlijke klimaatverandering. De beleidsbepalende positie van RDS in de Shell-groep, de uitstoot van CO2 van de Shell-groep en de breed gedragen internationale consensus dat mensenrechten bescherming bieden tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering en dat bedrijven mensenrechten moeten respecteren.

RDS heeft een resultaatsverplichting ten aanzien van de CO2-uitstoot van de Shell-groep zelf. Ten aanzien van de toeleveranciers en afnemers geldt een zwaarwegende inspanningsverplichting, die inhoudt dat RDS via het concernbeleid van de Shell-groep haar invloed moet aanwenden, door bijvoorbeeld via het aankoopbeleid eisen te stellen aan toeleveranciers. RDS heeft alle vrijheid om de reductieverplichting naar eigen inzicht na te komen en het concernbeleid van de Shell-groep vorm te geven. De offers die dit vraagt, wegen op tegen het belang dat wordt gediend met het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering.