Privaatrecht – Potharst/ Serrée ECLI:NL:HR: 1998:ZC2796

  • Datum: 4 december 1998

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Potharst zou alle aandelen verwerven in Serrée Amsterdam, Serrée aan laatstbedoelde vennootschap meubels zou gaan leveren van de Topformcollectie en Serrée zich tot zekerheid van de betalingsverplichtingen van die vennootschap de eigendom van de door haar geleverde goederen zou voorbehouden. In oktober 1987 sluiten Serrée en Potharst een overeenkomst inzake verkoop, levering en betaling van meubelen en woningtextiel. Hierbij wordt onder meer bepaald dat alle door Serrée aan Potharst geleverde en nog te leveren goederen uitsluitend eigendom van Serrée blijven, totdat alle vorderingen, die Serrée op Potharst heeft of zal krijgen, volledig zijn betaald. Potharst bestelt meubels bij de fabrikant en de fabrikant levert feitelijk aan Potharst, waarna Serrée door de fabrikant voor de koopsom in rekening-courant wordt belast. Serrée belast op haar beurt Potharst in rekening-courant voor de koopprijs of verschaft zij zich betaling van het verschuldigde door middel van automatische incassomachtiging. Dan wordt Potharst failliet verklaard en legt Serrée beslag tot afgifte van de aanwezige meubelvoorraad. Zowel Potharst en Serrée stellen zich op het standpunt dat zij rechten op de meubels hebben. De curator executeert de meubels en zowel Potharst en Serrée vinden dat ze aanspraak maken op de opbrengst ervan.

De Hoge Raad gaat in deze zaak op een drietal vragen in. Ten eerste de vraag of Serrée de eigendom van de meubels heeft verworven. Ten tweede gaat de Hoge Raad in op de vraag wanneer het eigendomsvoorbehoud van Serrée tenietgaat en ten slotte of een zekerheidsrecht van Potharst op de meubels, zo al aanwezig, in rang boven dat van Serrée gaat.

Volgens de Hoge Raad vloeit uit de samenwerkingsovereenkomst voort dat, ondanks dat Potharst de meubels geleverd kreeg, hij houder werd voor Serrée, omdat de inkoopformulieren op naam van Serrée stonden. Het door Serrée bedongen zekerheidsrecht behoorde niet bij de vordering tot betaling van een op een willekeurig tijdstip bestaande vordering, maar strekte tot zekerheid van de vordering van Serrée die bij het einde van de rechtsverhouding tussen haar en Potharst mocht blijken te bestaan.
Daarom is het door Serrée bedongen zekerheidsrecht niet tenietgegaan. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Serrée zich eigendom tot zekerheid had voorbehouden van meubelen die zij aan Potharst leverde of in de toekomst zou leveren.
Ook al zou de meubelvoorraad van Potharst tot zekerheid aan een andere vestiging van Potharst zijn geleverd, dan zou dat niet tot gevolg hebben gehad dat Potharst een zekerheidsrecht op de meubelen heeft verkregen dat in rang boven de zekerheidsrechten van Serrée gaat.