Privaatrecht – Poot/ABP NJ 1995/288

  • Datum: 2 december 1994

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Poot is enig aandeelhouder van het Poot-concern. Dit concern bouwde tennishallen, waarin ABP investeerde. De beleggingsraad van ABP besluit voorlopig niet meer in tennishallen te investeren. Dit vertellen ze niet aan Poot, waardoor het concern wel kosten blijft maken, maar niks afzet. Het Poot-concern gaat failliet. De aandelen in het Poot-concern zijn daardoor waardeloos. Arnold Poot vordert als aandeelhouder schadevergoeding van ABP.

Rechtsvraag

Kan een aandeelhouder een vordering instellen wegens wanprestatie of onrechtmatige daad tegen derden die de onderneming hebben geschaad?

Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad is het vermogen van de vennootschap en dat van haar aandeelhouders afgescheiden. Wanneer de vennootschap schade lijdt door een derde moet de vennootschap zelf dan ook de schadevergoeding vorderen. De aandeelhouders kunnen dus geen vergoeding vorderen bij een derde.

Rechtsregel

Indien door een derde schade is toegebracht aan de vennootschap, kunnen de aandeelhouders geen vergoeding van de waardevermindering van aandelen vorderen bij de derde.