Privaatrecht – Philips/Oostendorp ECLI:NL:HR:2008:BC0384

  • Datum: 28 maart 2008

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 7:653 Bw

Casus

Philips werkt als assistent-accountant bij een maatschap. Bij het aangaan van de overeenkomst waren arbeidsvoorwaarden van toepassing waarin onder andere een concurrentiebeding was opgenomen. Bij brief van 12 december 1997 zendt de maatschap een vernieuwd exemplaar van die arbeidsvoorwaarden aan Philips. De brief vermeldt dat er een nieuw exemplaar van de arbeidsvoorwaarden is en dat deze in plaats zullen treden van het eerdere exemplaar. De brief verklaard dat door ondertekening akkoord wordt gegaan met de arbeidsvoorwaarden en vraagt om ondertekening en retourzending van een exemplaar van de brief. Philips ondertekent de brief en zend hem retour. In de arbeidsvoorwaarden in een concurrentiebeding opgenomen. In 2003 doet de maatschap eenzelfde verzoek het oog op nieuwe arbeidsvoorwaarden. Philips tekent deze voorwaarden niet. Op 28 februari 2006 eindigt de arbeidsovereenkomst door opzegging van de zijde van Philips. Voordat Philips in dienst treedt bij zijn nieuwe werkgever Contour, wijst de raadsman van de maatschap hem bij brief van 17 februari 2006 op het concurrentiebeding. Philips vordert in kort geding primair schorsing en subsidiair matiging van het concurrentiebeding. Hij legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het concurrentiebeding niet rechtsgeldig is overeengekomen, nu hij de bij de brief van 12 december 1997 gevoegde arbeidsvoorwaarden niet heeft ondertekend.

Rechtsvraag

Wanneer is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van art. 7:653 BW?

Lagere rechters

De kantonrechter heeft de primaire vordering toegewezen, omdat twijfelachtig is of aan het schriftelijkheidsvereiste van art. 7:653 BW is voldaan. Het hof wijst de vorderingen van Philips af. Het hof is van oordeel dat wel is voldaan aan het vereiste van art. 7:653 BW. Het overweegt dat het door Philips op de brief van 12 december 1997 geplaatste bijschrift erop duidt dat Philips uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven met de nieuwe arbeidsvoorwaarden in te stemmen. Het hof voegt daaraan toe dat geen rechtsregel noopt tot ondertekening van de arbeidsvoorwaarden zelf om een daarinopgenomen concurrentiebeding geldig te achten, wanneer anderszins schriftelijk blijkt van instemming van de werknemer onder die voorwaarden.

Hoge Raad

Ten eerste is aan de schriftelijkheidseis voldaan in het geval van ondertekening van een arbeidsovereenkomst (of een ander geschrift) waarin een concurrentiebeding als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden is opgenomen. Ten tweede in het geval van ondertekening van een arbeidsovereenkomst of een brief waarin verwezen wordt naar bijgevoegde documenten met het concurrentiebeding. Ten derde in het geval van ondertekening van een arbeidsovereenkomst waarin verwezen wordt naar niet bijgevoegde documenten, waarin concurrentiebeding staat, mits de arbeidsovereenkomst een exclusieve verwijzing bevat naar het concurrentiebeding. Voor de geldigheid van het concurrentiebeding is niet vereist dat de bijgevoegde arbeidsvoorwaarden zelf waarnaar in de begeleidende brief wordt verwezen, door de werknemer zijn ondertekend. Evenmin is vereist dat de akkoordverklaring op de brief uitdrukkelijk naar de aanvaarding van het concurrentiebeding verwijst. De Hoge Raad verwerpt het beroep van Philips.