Privaatrecht – Onrechtmatige actie op het spoor ECLI:NL:RBMNE:2017:6010

  • Datum: 6 december 2017

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Midden-Nederland

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Een groep werknemers van NS heeft na werkoverleg van het Amsterdams Machinisten Kollektief (AMK) het treinverkeer rondom station Amsterdam CS ernstig verstoord. Er konden ongeveer 75 treinen niet vertrekken. Enkele actievoerders trokken aan de noodrem en er werd gedreigd om de sporen te betreden. Met de actie wilden zij de onvrede bij het personeel onder de aandacht brengen. De NS wil de arbeidsovereenkomst van de woordvoerder van het AMK ontbinden. Dit verzoek baseert zij op art. 7:671b BW jo. 7:669 lid 3 sub e primair en sub g subsidiair BW. Verweerder voert aan dat de actie een collectieve actie is waarvoor op grond van art. 6 ESH arbeidsrechtelijke bescherming geldt. Hij bestrijdt tevens dat hij leider van de groep was.

Rechtsvraag

Is deze actie aan te merken als collectieve actie in de zin van het ESH?

Lagere rechters

De strekking van art. 6 aanhef en onder 4 ESH is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Deze strekking brengt, mede gezien het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, mee dat werknemers in beginsel vrij zijn in de keuze van middelen om hun doel te bereiken. Of sprake is van een collectieve actie in de zin van art. 6 ESH, wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Er is in deze casus wel een petitie aangeboden, maar er waren geen onderhandelingen gaande. Bovendien bevatte de petitie geen concrete doelen en diende de actie enkel om stoom af te blazen en terug te slaan. Om deze redenen kan de actie niet dienen ter waarborging van een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief handelen. De actie valt niet onder het bereik van art. 6 aanhef en onder 4 ESH en is derhalve onrechtmatig.