Privaatrecht – NS- Reizigers JAR 1998/251

  • Datum: 7 oktober 1998

  • Rechtbankniveau: Ondernemingskamer

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

In deze casus wilde NS-reizigers bv een overeenkomst sluiten met het vervoerbedrijf NZH met de intentie tot samenwerking.

Rechtsvraag

Had de groepsondernemingsraad (GOR) hiertoe toestemming en advies moeten verlenen?

Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer heeft de intentieverklaring aangemerkt als een besluit. Dit blijkt uit de tekst van de verklaring en de omstandigheden van het geval. In het oordeel van de Ondernemingskamer ligt besloten dat de in de intentieverklaring tussen NS-reizen en NZH neergelegde overeenstemming inhoudt dat zij zich tegenover elkaar hebben verbonden, met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid, zodat zij niet geheel vrijblijvend tegenover elkaar stonden. Doordat de intentieverklaring als een besluit kan worden aangemerkt, had advies moeten worden gevraagd aan het GOR. Het besluit ziet immers op het gemeenschappelijk belang van de ondernemingen.