Privaatrecht – Kloes/Fransman ECLI:NL:HR:1994:ZC1583

  • Datum: 16 december 1994

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 236 Rv

Feiten

Kloes meent dat diens huurder Fransman overlast en schade aan de aangrenzende woning veroorzaakt en spant daarom een kort geding aan. De vonnisrechter wijst deze vordering als onvoldoende aannemelijk af. Kloes stelt geen beroep hiertegen in. Hij begint een tweede kort geding over (in feite) dezelfde klachten, namelijk dat Fransman nog steeds overlast veroorzaakt. Nu wordt de overlast wel als voldoende bewezen geacht. Fransman vindt dat de rechter zich niet-ontvankelijk had moeten verklaren wegens gezag van gewijsde.

Rechtsvraag

Krijgt een kort geding het gezag van gewijsde in de zin van art. 236 Rv?

Hoge Raad

Volgens de jurisprudentie geldt het gezag van gewijsde zoals bedoeld in art. 236 Rv niet bij een kort geding. Een kort geding bevat immers slechts voorlopige oordelen en beslissingen waaraan partijen niet in de bodemprocedure en evenmin in een later kort geding gebonden zijn. In een kort geding is het mogelijk om een voorlopig oordeel of beslissing te nemen, maar de rechter in een bodemprocedure of in een later kort geding is niet aan deze beslissing gebonden.