Privaatrecht – Goldsteen/Roeland ECLI:NL:HR:1991:ZC0448

  • Datum: 13 december 1991

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Goldsteen werkt als chauffeur bij Roeland. Laden en lossen maakt ook deel uit van zijn taken als chauffeur, maar doordat hij ziek is geworden kan hij de taken betreffende het laden en lossen niet meer uitvoeren. Goldsteen biedt aan om alternatieve functies te gaan verrichten en geeft aan dat hij met een bijrijder wel in staat is zijn oude functie te blijven vervullen. Roeland weigert het loon van de Goldsteen door te betalen, aangezien Goldsteen geen arbeid verricht.

Rechtsvraag

Is de werkgever in deze situatie verplicht om het loon door te betalen, nu Goldsteen zich slechts bereid had verklaard een deel van de overeengekomen werkzaamheden te verrichten?

Hoge Raad

Deze vraag die in deze zaak centraal staat moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaven die zijn ontwikkeld in HR 3 febr. 1978, NJ 1978, 248 en HR 8 nov. 1985, NJ 1986, 309. Het is onjuist om aan te nemen dat van een werkgever eerder kan worden gevergd een aanbod te aanvaarden om bepaalde werkzaamheden te verrichten, indien het (een deel van) de oorspronkelijk overeengekomen werkzaamheden betreft, dan indien het andere werkzaamheden betreft. In beide gevallen moet gekeken worden of in de omstandigheden van het geval redelijkerwijze van de werkgever kan worden gevergd dat hij van de aangeboden arbeid tegen betaling van loon gebruik maakt. Hierbij is het aan de werkgever is om omstandigheden te stellen en, indien nodig, te bewijzen wanneer hij vindt dat dit redelijkerwijs niet gevergd kan worden. Onder omstandigheden kan van de werkgever worden gevergd dat hij zijn bestaande organisatie of arbeidsverdeling wijzigt of aanpast met het oog op het aanbod van de werknemer.