Privaatrecht – Der Bildtpollen Aanwas BV/Miedema ECLI:NL:HR:2006:AU6934

  • Datum: 7 april 2006

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

In deze casus ging het om beschimmelde uien. Der Bildtpollen Aanwas BV was dijkbeheerder en had uien gezaaid op de dijk als voer voor de schapen. De restanten van de uien zouden echter zijn gaan rotten, waardoor de uienplanten van Miedema zouden zijn besmet met koprot. Het ging in casu om percelen grond die op korte afstand van elkaar lagen. Doordat de uienplanten van Miedema door de rottende restanten ook waren besmet met koprot, leed Miedema veel schade (in de vorm van winstderving). Miedema wil Der Bildtpollen aansprakelijk stellen voor deze schade en vordert een schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van Der Bildtpollen. Als Der Bildtpollen de uien niet als voer had gezaaid voor haar schapen waren de restanten ook niet gaan rotten en zouden de uien van Miedema ook niet zijn besmet met koprot. Der Bildtpollen wijst echter elke vorm van aansprakelijkheid af. Zij zegt dat er andere mogelijke oorzaken van de besmetting voorhanden zijn en dat de besmetting dus niet komt door het zaaien van de uien als voer voor de schapen.

Rechtsvraag

Is er sprake van een onrechtmatig handelen van de kant van Der Bildtpollen en dient zij derhalve de door Miedema geleden schade te vergoeden?

Lagere rechters

Volgens de rechtbank en het hof kon het zaaien van de uien door Der Bildtpollen worden gezien als een onrechtmatig handelen. Hierdoor bestond namelijk een grote kans op schade aan de uien van Miedema als de restanten zouden gaan rotten, waarmee het causale verband is gegeven. Het hof stelt in hoger beroep dat de omkeringsregel hierdoor van toepassing is: Der Bildtpollen moest bewijzen dat de schade ook zou kunnen zijn ontstaan zonder dat zij uien had gezaaid. Nu Der Bildtpollen dit niet heeft kunnen aantonen, wordt zij aansprakelijk gesteld voor de schade die Miedema heeft geleden als gevolg van het feit dat de uien met koprot zijn besmet.

Hoge Raad

Dit arrest bevat een aanvulling op de Kelderluik-criteria. Volgens de Hoge Raad dient er, naast de kans dat er schade ontstaat, ook te worden gekeken naar de aard van de gedraging, de aard en de ernst van de schade en de bezwaarlijkheid van de te nemen voorzorgsmaatregelen. Het enkele feit dat er een grote kans op schade bestaat, is volgens de Hoge Raad onvoldoende om onrechtmatigheid aan te nemen. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. De in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid reikt niet zo ver dat op Bildtpollen ook zonder dat zij het risico van verspreiding van koprot kende of behoorde te kennen de door het hof vermelde verantwoordelijk rust. Daarnaast had het hof in casu niet de omkeringsregel mogen toepassen. Om dit te kunnen doen dient er namelijk sprake te zijn van een normschending die ertoe strekt een specifiek gevaar te voorkomen voor het ontstaan van schade en dient het gevaar voor verwezenlijking van deze schade aanmerkelijk te worden vergroot door die normschending. Nu de onrechtmatigheid van het handelen van Der Bildtpollen niet enkel gebaseerd had mogen worden op de kans dat er schade zou ontstaan en het hof tevens ten onrechte de omkeringsregel heeft toegepast, casseert de Hoge Raad en komt tot de conclusie Der Bildtpollen niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die door Miedema is geleden.