Privaatrecht – De Ranitz/ Ontvanger ECLI:NL:HR: 1990:AD1243

  • Datum: 28 november 1990

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Deze zaak speelt zich af tussen de curatoren die optreden in het faillissement van de Ladder- en Trappenfabriek Centrum en de Ontvanger. Het geschil heeft betrekking op problemen rond een desinvesteringsbetaling wegens de verkoop van goederen uit de boedel van Centrum. Voor het faillissement had Centrum bijdragen ontvangen op grond van de Wet Investeringsrekening voor de aanschaf van deze goederen. De Ontvanger meent dat de desinvesteringsbetaling een boedelschuld is, terwijl de curatoren menen dat deze betaling een preferente schuld is die ter verificatie moet worden aangemeld.
Volgens de curatoren moet een investeringsbijdrage geboekt worden hetzij in mindering op de kostprijs van de betrokken bedrijfsmiddelen hetzij op een egalisatierekening.
Dit betekent dat bedrijfseconomisch rekening gehouden wordt met een verschuldigde desinvesteringsbetaling.

Rechtsvragen

• Is een desinvesteringsaanslag verschuldigd doordat curatoren activa uit de boedel van de failliete vennootschap hebben vervreemd een boedelschuld?

• Dienen in een faillissement boedelschulden te worden voldaan met inachtneming van de wettelijke preferenties?

• Is de vordering van curatoren voor hun salarissen en door hen gemaakte kosten bevoorrecht als de betaling boedelschulden dient plaats te vinden met inachtneming van de wettelijke preferenties?

Het Hof

Volgens het Hof is het niet doorslaggevend wat bedrijfseconomisch gangbaar is, maar wat rechtens juist is. Op basis van wat rechtens juist is, oordeelt het Hof dat er sprake is van een schuld die is ontstaan als gevolg van de vervreemding van de bedrijfsmiddelen van de vennootschap door de curatoren. Het Hof oordeelt dat het aanwezige actief moet worden verdeeld met inachtneming van de preferenties die aan de vorderingen toekomen.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de desinvesteringsbetaling inderdaad een boedelschuld is. Deze schuld is ontstaan als gevolg van de vervreemding van de bedrijfsmiddelen door curatoren. Dat de premies waarop de desinvesteringsbetaling betrekking heeft door de vennootschap zijn genoten doet hier niets aan af. Het actief dat in de boedel aanwezig is, moet worden verdeeld met inachtneming van de preferenties die aan de vorderingen van de ontvanger en de bedrijfsvereniging toekomen. Als de actief van de boedel niet toereikend is om alle boedelschulden te voldoen, moeten deze schulden in beginsel naar evenredigheid van de omvang van elke schuld worden voldaan. De uitzondering hierop is de daarvoor geldende wettelijke redenen van voorrang.