Privaatrecht – De Jong/Carnifour ECLI:NL:HR:2001:AD3953

  • Datum: 30 november 2001

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:162 BW

Feiten

De Jong laat beslag leggen onder Carnifour ten laste van United Meat Packers (Ballyhaunis) Ltd. (hierna: UMP ballyhaunis), tot zekerheid van de vordering van De Jong op UMP Ballyhaunis. Carnifour legt een schriftelijke verklaring af zoals bedoeld in art. 476a Rv, inhoudende dat zij geld verschuldigd is aan UMP Ballyhaunis. De Jong verkrijgt een executoriale titel tegen UMP Ballyhaunis en vordert in dit geding dat Carnifour aan haar 70.110,01 gulden betaalt. Carnifour weigert te betalen omdat zij zich bij het doen van voormelde verklaring heeft vergist. Zij stelt dat zij het bedrag niet schuldig was aan UMP Ballyhaunis, maar aan United Meat Packers. (Export) Ltd. (hierna: UMP Export). Carnifour heeft, mede onder de druk van de oplopende rente, de hoofdsom voldaan. In reconventie vordert zij dit bedrag als onverschuldigd betaald terug.

Hof

De rechtbank wijst de vordering van Carnifour toe en in hoger beroep wijzigt De Jong haar vordering in zoverre dat ze alsnog uitdrukkelijk onrechtmatig handelen van Carnifour aan de vordering ten grondslag legt. Verder voert De Jong aan dat Carnifour jegens haar niet meer op de buitengerechtelijke verklaring is teruggekomen, zodat zij erop mocht vertrouwen dat het beslag succesvol was. Hierdoor heeft zij niet alleen de procedure tegen UMP Ballyhaunis voorgezet, maar ook eventuele verhaalsmogelijkheden laten schieten. Het hof stelt in een tussenarrest vast dat Carnifour op het tijdstip van het derdenbeslag niets aan UMP Ballyhaunis was verschuldigd, zodat de vordering van De Jong niet uit dien hoofde kan worden toegewezen. In het eindarrest oordeelt het hof dat De Jong niet heeft kunnen bewijzen dat zij destijds nog over andere mogelijkheden beschikte om haar vordering op UMP Ballyhaunis te verzekeren, waardoor niet vast kan komen te staan dat De Jong schade heeft geleden als gevolg van de onjuiste verklaring van Carnifour.

Rechtsvraag

Heeft De Jong schade geleden als gevolg van de onjuiste verklaring van Carnifour?

Hoge Raad

De Hoge Raad stelt een aantal dingen voorop: a) In geval van derden-beslag wordt de derde-beslagene, zonder daartoe zelf aanleiding te geven, betrokken in een geding tussen executant en geëxecuteerde. b) De Derde-beslagene mag als gevolg daarvan niet in een slechtere positie komen dan waarin hij stond tegenover geëxecuteerde. c) Een derde-beslagene zal in beginsel ook niet meer aan de executant behoeven te voldoen dan hij aan geëxecuteerde schuldig was. Deze uitgangspunten brengen met zich mee dat de enkele omstandigheid dat een derde-beslagene heeft verklaard dat hij een bedrag aan geëxecuteerde schuldig is, niet rechtvaardigt dat de derde-beslagene verplicht is om dat bedrag te voldoen aan de executant. De derde-beslagene staat in beginsel vrij om zijn verklaring te herroepen of te wijzigen. Dit neemt echter niet weg dat een derde-beslagene onrechtmatig handelt jegens executant als aan de eisen van art. 6:162 BW is voldaan. Het is ook mogelijk dat de derden-beslagene zijn recht heeft verwerkt om zich erop te beroepen dat zijn verklaring onjuist was.