Privaatrecht – DAF/Achmea ECLI:NL:HR:2017:32

  • Datum: 13 januari 2017

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:191 BW

Casus

In 2008 brandt een van de vrachtauto’s van Bemo Bedrijfswagens B.V. uit. De oorzaak hiervan is een vuilophoping tussen het spatscherm en de uitlaatdemper links onder de cabine van de vrachtauto. Deze vuilophoping heeft op een gegeven moment vlam gevat door de hoge uitlaattemperaturen. Achmea, de verzekeraar, keert daarop een schadevergoedingsbedrag uit aan Bemo Bedrijfswagens. Achmea probeert vervolgens deze schadevergoeding te verhalen op DAF, de producent van de vrachtauto. Volgens Achmea is DAF als producent aansprakelijk voor schade aan de vrachtauto, nu bij normaal gebruik van de vrachtauto spontaan brand is ontstaan. Daf heeft volgens Achmea niet alle maatregelen getroffen die van haar als zorgvuldig producent mochten worden verwacht. Daf leverde deze vrachtauto in 2003 aan dochterbedrijf DAF Trucks Deutschland GmbH, dat de vrachtauto vervolgens aan Bemo Bedrijfswagens leverde. Achmea vordert schadevergoeding van Daf op grond van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), omdat de wettelijke regeling van de productaansprakelijkheid (art. 6:185 e.v. BW) alleen van toepassing is bij personenschade en schade aan zaken die gewoonlijk voor gebruik in de privésfeer zijn bestemd (art. 6:191 BW).
Hiervan was in dit geval namelijk geen sprake, de brand heeft geen slachtoffers met zich meegebracht en is ontstaan bij bedrijfsmatig gebruik van de vrachtauto.

Rechtsvraag

Is Daf als producent aansprakelijk voor de schade aan de vrachtauto, ondanks dat het product via een tussenpersoon in het verkeer is gebracht?

Lagere rechters

Op grond van vaste rechtspraak moet in zulke gevallen worden beoordeeld of de producent een product in het verkeer heeft gebracht dat schade veroorzaakt bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het bestemd is. Er dient dus aansluiting gezocht te worden bij de definitie van een gebrekkig product, in de zin van de regeling voor de productaansprakelijkheid. Nog niet duidelijk was wat er in het kader van een gewone onrechtmatige daad werd bedoeld met de term ‘in het verkeer brengen’. De rechtbank en het hof maken bij deze beoordeling gebruik van een productaansprakelijkheidsnorm, die kort gezegd inhoudt dat ook aangenomen kan worden dat de producent het product in het verkeer bracht, wanneer een product via één of meer tussenpersonen aan een consument of gebruiker wordt geleverd. Zowel de rechtbank als het hof hebben de vorderingen van Achmea toegewezen en geoordeeld dat Daf de auto in het verkeer heeft gebracht. Daf heeft daarop cassatieberoep ingesteld, waarbij het klaagt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd aangaande het ‘in het verkeer brengen’.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat deze productaansprakelijkheidsnorm van overeenkomstige toepassing is wanneer een producent op de voet van art. 6:162 BW aansprakelijk wordt gesteld. Het is daarmee niet langer relevant of het product rechtstreeks door de producent wordt verkocht aan de gebruiker of consument of dat dit via één of meer tussenpersonen gebeurt. Dit geldt dus ook in het kader van art. 6:162 BW. De Hoge Raad bevestigt hiermee de tendens van een ruime doorwerking van productaansprakelijkheidsnormen in het algemene aansprakelijkheidsrecht. Aansprakelijkheid van de producent op grond van een gewone onrechtmatige daad komt daarmee sneller in beeld. De Hoge Raad verwerpt hiermee het cassatieberoep.