Privaatrecht – Briefadres ECLI:NL:HR:2019:1052

  • Datum: 28 juni 2019

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 45-47 Rv en Art. 1:15 BW

Feiten

DSW heeft bij dagvaarding gevorderd dat de rechtbank de gedaagde zal veroordelen tot betaling van een geldsom. Gedaagde heeft echter geen bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland. Uit de BRP blijkt dat gedaagde echter wel een bekend briefadres heeft. De dagvaarding op de voet van art. 54 lid 2 Rv is betekend aan de officier van justitie bij de rechtbank te Rotterdam. Van dit exploot is een uittreksel bekendgemaakt in de Staatscourant. Een afschrift van dit exploot is verzonden naar het door gedaagde opgegeven briefadres. Gedaagde is niet in het geding verschenen.

Rechtsvraag

Heeft een door persoon in de BRP opgegeven briefadres gekozen woonplaats als bedoeld in art. 1:15 BW te gelden?

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt verder dat een betekening op een briefadres effectiever is dan openbare betekening. Voor de toepassing van de art. 45-47 Rv moet een briefadres dus worden aangemerkt als gekozen woonplaats in de zin van art. 1:15 BW. Dat betekent dat in dat geval geen sprake is van een onbekende woonplaats of onbekende werkelijke verblijfplaats als bedoeld in art. 54 lid 2 Rv, zodat exploten aan het briefadres betekend moeten worden en voor openbare betekening geen plaats is. Dat is anders in het geval de deurwaarder moet aannemen dat het briefadres niet (meer) juist is en de stukken de betrokkene niet zullen bereiken bij betekening aan het briefadres. Ook is het anders indien degene voor wie het exploot is bestemd, voor een of meer bepaalde aangelegenheden een andere gekozen woonplaats in de zin van art. 1:15 BW heeft dan het briefadres. In dat geval moet de betekening aan die gekozen woonplaats geschieden en niet aan het briefadres, indien die exploten verband houden met die aangelegenheden.