Privaatrecht – Blue Tomato NJ 2008, 91

  • Datum: 30 november 2007

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 2:248 Bw

Casus

De besloten vennootschap Blue Tomato is op 10 juni 1994 opgericht. Op 12 juni 1996 is X. tot bestuurder van deze vennootschap benoemd. De aandelen ervan zijn op 17 april 1997 overgedragen aan de besloten vennootschap Squire, waarvan X. enig aandeelhouder en directeur is. De jaarrekening van Blue Tomato met betrekking tot 1995 is op 17 april 1997 te laat openbaar gemaakt. Er zijn geen jaarrekeningen openbaar gemaakt met betrekking tot de jaren 1996 en 1997. Op 9 februari 1999 is Blue Tomato in staat van faillissement verklaard. De curator spreekt bestuurder X. aan op grond van art. 2:248 BW.

Rechtsvraag

Is X. aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW?

Oordeel lagere rechters

De rechtbank komt tot het oordeel dat de jaarrekeningen niet tijdig gepubliceerd zijn, zodat als onweerlegbaar vermoeden heeft te gelden dat de taakvervulling door X. als bestuurder over de gehele linie onbehoorlijk is geweest. Het hof gaat hier in mee.

Oordeel Hoge Raad

Een redelijke uitleg van art. 2:248 lid 2 BW brengt mee dat voor het ontzenuwen van het daarin neergelegde vermoeden volstaat dat de aangesproken bestuurder aannemelijk maakt dat andere feiten en omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Stelt de bestuurder daartoe een van buiten komende oorzaak en wordt de bestuurder door de curator verweten dat hij heeft nagelaten het intreden van die oorzaak te voorkomen, dan zal de bestuurder (tevens) feiten en omstandigheden moeten stellen en zo nodig aannemelijk maken waaruit blijkt dat dit nalaten geen onbehoorlijke taakvervulling oplevert.
Als hij daarin slaagt, ligt het op de weg van de curator op de voet van het eerste lid van art. 2:248 BW aannemelijk te maken dat nochtans de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.