Privaatrecht – Avv-loze periodes, jojo-effect, verkregen effect ECLI:NL:RBMNE:2017:116

  • Datum: 18 januari 2017

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Midden-Nederland

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Het draait in deze procedure om eiseres die een loonvordering heeft ingesteld over de jaren 2010 t/m 2015 tegen haar werkgever. Hierbij wordt rekening gehouden met de periodes waarover de cao algemeen verbindend is verklaard en ook met de bedragen die al zijn betaald. De eiseres stelt ter discussie of gedurende de periodes waarin de cao niet algemeen verbindend verklaard is geweest, moet worden teruggevallen op het oorspronkelijke loon. Hierbij verwijst zij naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Hieruit zou volgens haar volgen dat zij haar loonvordering moet specificeren dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de regel dat een avv-verklaarde CAO geen nawerking heeft, en dat zij op grond daarvan ook over de avv-loze perioden recht heeft op het CAO-uurloon.De eiseres is sinds april 2015 arbeidsongeschikt verklaard wegens ziekte en op die datum was de cao inmiddels algemeen verbindend verklaard.

Rechtsvraag

Komt aan de algemeenverbindendverklaring van de CAO nawerking toe?

Kantonrechter

De werkneemster vordert ten aanzien van het brutoloon, de toeslagen op toeslagen vrijdagavond en zaterdag alsmede loondoorbetaling bij ziekte. Vaste jurisprudentie is dat een avv-verklaarde cao geen nawerking heeft. De werkneemster beroept zich op de latere nuancering door de Hoge Raad
Het is duidelijk dat de eiseres recht had op loon, maar de vraag is of zij recht heeft op het door Vabonet betaalde uurloon, of op het (iets hogere) cao-uurloon? Volgens de rechter is het niet gesteld dat zij uit de gedragingen van Vabonet erop mocht vertrouwen dat Vabonet ook buiten de avv-perioden het cao-uurloon aan haar zou betalen.

Het door de eiseres aangehaalde ‘jojo-effect’ maakt dit niet anders. De kantonrechter wijst erop dat mede gelet op het bijzondere karakter van de aanspraken die enkel zijn gegrond op een avv-cao, waarbij cao-bepalingen verbindend worden op grond van een overheidsmaatregel gedurende een beperkte periode, is het met dit stelsel niet te verenigen om door een extensieve interpretatie van de wet de geldingsduur van de betreffende cao‑bepalingen voorbij die periode te verlengen op de enkele grond dat deze tijdens de periode van de verbindendheid deel uitmaakten van de arbeidsovereenkomsten waarvoor de verbindendverklaring gold. Ook de eventuele praktische problemen die voor werkgevers kunnen ontstaan, als na het einde van een avv-periode weer andere arbeidsvoorwaarden gaan gelden doen hier niet aan af.

De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster alleen gedurende de avv-perioden recht heeft op betaling overeenkomstig de cao. De avv brengt met zich mee dat de contractsvrijheid van werknemers en werkgevers niet buiten de periode van avv worden ingeperkt, maar alleen tijdens de periode van het overheidsbesluit.