Privaatrecht – Amercentrale ECLI:NL:HR:1975:AC3080

  • Datum: 13 juni 1975

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 1405 BW en art. 283K

Casus

Op 27 december 1970 scheurt plotseling een tank van de PNEM over de gehele hoogte. Deze tank bevond zich op het terrein van de door de PNEM geëxploiteerde Amercentrale. Een groot deel van de in deze tank opgeslagen olie is in de rivier De Amer terecht gekomen en heeft zich daar verder verspreid. Op grond van art. 1405 BW is de PNEM van oordeel dat zij verantwoordelijk is voor de door derden geleden schade ten gevolge van de hiervoor beschreven gebeurtenis. De PNEM heeft echter met de stad Rotterdam een w.a.-verzekering afgesloten en is van mening dat deze laatste partij (hier de eiser in cassatie) op haar beurt weer de geleden schade aan de PNEM moet vergoeden, eveneens de onkosten gemaakt om de schade te voorkomen en te verminderen (o.g.v. art. 283K). De stad Rotterdam weigert dit, omdat zij de PNEM niet aansprakelijk acht voor de geleden schade, met name op grond van art. 1405 BW. Zij vindt ook dat art. 283K niet van toepassing is op w.a.-verzekeringen.

Rechtsvraag

Kan een tank worden beschouwd als een gebouw in de zin van art. 1405 BW en zo ja, valt een w.a.-verzekering dan onder de reikwijdte van art. 283K?

Gerechtshof

Het Hof heeft geoordeeld dat de tank valt onder de reikwijdte van art. 1405 BW en heeft hierna geoordeeld dat een w.a.-verzekering ook valt onder hetgeen artikel 283K voor ogen heeft.

Hoge Raad

Over de eerste vraag: valt de tank onder art. 1405 BW? Oordeelt de Hoge Raad dat het Hof hierop juist heeft geantwoord door dit te bevestigen. Het Hof is ervan uitgegaan dat de tank is geconstrueerd door het aan elkaar lassen van metalen platen, de tank aangesloten was op een gedeeltelijk ondergrond lopend leidingnet, 400 ton woog en qua grootte en hoogte moeilijk te verplaatsen zou zijn geweest. Zij oordeelde dat het in het een en ander besloten ligt dat de onderhavige constructie een bouwsel was dat naar aard en inrichting bestemd was om duurzaam ter plaatse te blijven. Hierbij is het niet van belang is of het verplaatsen ervan technisch mogelijk is. De vraag van de gemeente Rotterdam tot in hoeverre de aansprakelijkheid van de eigenaar reikt voor het geheel of gedeeltelijk instorten van een gebouw, beantwoordt de Hoge Raad als volgt: ‘de strekking van artikel 1405 BW is eerder ruim dan eng en is bedoeld zodat derden hun schade kunnen verhalen. De aansprakelijkheid van schade moet worden beperkt tot wat als de typische gevolgen van de ineenstorting van het gebouw kunnen worden beschouwd.’
Wat het tweede cassatiemiddel betreft, oordeelt de Hoge Raad dat art. 283K bewust door de wetgever is opgenomen in de negende titel van boek 1, betreffende de ‘verzekering in het algemeen’, dit artikel niet van toepassing achten op een w.a.-verzekering is dan ook niet juist.

Slimme tip:

Bepaalde specifieke zinnen uit een arrest geven vaak de essentie van het arrest aan. Als je deze zin reproduceert op het tentamen, dan scoor je vaak al een deel van de punten. Wij hebben dit soort zinnen vetgedrukt.