Privaatrecht – Aansprakelijkheid notaris ECLI:NL:HR:2015:831

  • Datum: 3 april 2015

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Een man verkocht een pand aan zijn zoons waartoe een leveringsakte werd opgemaakt. In deze leveringsakte was een zogeheten aanbiedingsplicht opgenomen, die inhield dat voordat één van de zonen kon overgaan tot vervreemding van (een gedeelte van) het pand, hij eerst aan hun vader schriftelijk een prijs diende aan te bieden die gelijk zou zijn aan de koopsom van het te vervreemden aandeel. Als dit niet zou gebeuren, diende er een boete te worden betaald aan hun vader die onmiddellijk opeisbaar zou zijn. Toen de zoons het pand wilden verkopen, boden zij het pand eerst te koop aan aan hun vader. Hier werd echter niet op gereageerd. Vervolgens was de vraag of de aanbiedingsplicht was komen te vervallen. Uit contact tussen de betrokken accountant en notaris volgde dat de aanbiedingsplicht pas dan zou worden beëindigd als de zoons en hun vader dit met elkaar zouden overeenkomen. De band tussen vader en zoons was er echter niet op verbeterd. De broers wilden dan ook niet meer in discussie met hun vader en waren bereid een eventueel boetebeding op de koop toe te nemen. Het pand werd daarom verkocht, de koopovereenkomst werd ingeschreven in de openbare registers en de leveringsakte werd gepasseerd door de notaris.

De vader was het hier niet mee eens en stelde zich op het standpunt dat de notaris zijn zorgplicht heeft geschonden door de akte te verlenen zonder dat de aanbiedingsplicht was geëindigd. Kort daarna komt hij echter te overlijden. Eiseres stelt zich daarom op het standpunt dat zij, als enig erfgenaam van de vader, recht heeft op een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad doordat haar ex-man schade heeft geleden door het handelen van de notaris.

Rechtsvraag

Is de notaris aansprakelijk voor de schade die de vader heeft geleden, als gevolg van schending van de door hem opgenomen aanbiedingsverplichting in de leveringsakte jegens zijn zoons, op grond van onrechtmatige daad?

Lagere rechters

De rechtbank en het hof hebben de vorderingen van eiseres afgewezen. Hiertoe werd overwogen dat een notaris weliswaar een vergaande zorgvuldigheidsplicht heeft die zich ook strekt tot de belangen van derden, maar dat deze zorgvuldigheidsplicht niet zo ver gaat dat de notaris ook een zelfstandig oordeel zou moeten vormen over de vraag of de zoons tekort zijn geschoten in de aanbiedingsverplichting.

Hoge Raad

Ook de Hoge Raad erkent dat de functie van de notaris onder omstandigheden de plicht met zich meebrengt ook een zekere zorg te dragen voor belangen van derden die mogelijk betrokken zijn bij de wensen van zijn cliënt. Zijn er belangen van derden bij betrokken, dan dient de notaris daarover met partijen te overleggen en noodzakelijkerwijs nader onderzoek te doen. Op grond van zijn geheimhoudingsplicht is de notaris zelf niet bevoegd zich tot de derde te wenden. De overleggingen dienen dan dus tussen de direct betrokken partijen plaats te vinden.
Een uitgebreid feitenonderzoek behoort daarom ook niet tot de mogelijkheden waarover de notaris beschikt. Om deze redenen kan de notaris dan ook slechts een globaal oordeel vormen over de vraag of het recht van een derde, in casu het recht van de vader op grond van aanbiedingsverplichting, een beletsel kan vormen voor de verwezenlijking van de wensen van de cliënt (de broers). Ook de Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding.