Intellectueel-eigendomsrecht – L’Oréal/Bellure ECLI:EU:C:2009:378

  • Datum: 18 juni 2009

  • Rechtbankniveau: Hof van Justitie van de Europese Unie

  • Rechtsgebied: Intellectueel-eigendomsrecht

  • Wetsartikelen: Art. 2.2 lid 1 sub c

L’Oréal is onder andere de producent van een scala aan parfums. Bellure produceert een drietal parfums welke een imitatie zijn van L’Oréal parfums. De parfums werden aan kleinhandelaren geleverd met een vergelijkingslijst. De lijst gaf aan van welke parfums de Bellure-variant een imitatie was als aangevend voor de geur van het parfum. De imitaties hadden niet hetzelfde uiterlijk. Het woordmerk was ook anders en daarom was er geen sprake van verwarringsgevaar.

Rechtsvraag

Valt het gebruiken van de naam van een merk voor het aangeven van een kenmerk van een product onder merkinbreuk in de zin van art. 2.2 lid 1 sub c?

Rechtsoverweging

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde dat Bellure in deze situatie afbreuk deed aan het onderscheidend vermogen van de merken van L’Oréal. Wanneer Bellure namelijk een parfum van mindere kwaliteit zou produceren met de naam van L’Oréal als vergelijking (vergelijkende reclame), kan dit negatieve gevolgen hebben voor L’Oréal. Ook heeft Bellure schade toegedaan aan de reputatie van de merken en ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen (free-riding) van de merken van L’Oréal.

Rechtsregel

Er hoeft bij ‘ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk’ geen sprake te zijn van verwarringsgevaar, schade aan de reputatie van het merk, of afbreuk aan het merk. Voldoende is dat sprake is van ‘in het kielzog van het bekende merk proberen te varen’ om te profiteren van de aantrekkingskracht, de reputatie, en het prestige van dat merk, en om zonder financiële vergoeding profijt te halen uit de commerciële inspanning die de houder van het merk heeft geleverd om het imago van dit merk te creëren en te onderhouden.