Europees recht – Outokumpu ECLI:EU:C:1998:155

  • Datum: 2 april 1998

  • Rechtbankniveau: Hof van Justitie van de Europese Unie

  • Rechtsgebied: Europees recht

  • Wetsartikelen: Art. 110 VWEU

Casus

De belasting op milieuvriendelijke energie (binnenland) is te laag en de belasting op milieuonvriendelijke energie is te hoog. Wat betreft buitenlandse energie is het moeilijk om te bepalen of dit milieuvriendelijk dan wel milieuonvriendelijk is opgewekt. Om deze reden was de belasting op alle buitenlandse energie, dus ook de milieuvriendelijke energie, gemiddeld.

Rechtsvraag

Verzoek tot uitlegging van art. 110 VWEU wat zag op de kwalificatie van een accijns die in het binnenland geproduceerde elektriciteit verschillend belastte afhankelijk van hoe het werd opgewekt, terwijl voor ingevoerde elektriciteit een eenvormig tarief gold, dat hoger was dan het laagste tarief, maar lager dan het hoogste tarief voor in het binnenland geproduceerde elektriciteit.

Hof van Justitie

Volgens het Hof valt een eenzijdig opgelegde geldelijke last niet onder de kwalificatie van een heffing van gelijke werking wanneer hij ‘behoort tot een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen waardoor categorieën producten stelselmatig worden getroffen’.

Het Hof stelt vast dat de accijns deel uitmaakt van een algemeen stelsel van belastingheffing die zowel geldt voor ingevoerde als in het binnenland geproduceerde elektriciteit. Het feit dat de accijns op ingevoerde elektriciteit bij de invoer wordt geheven betekent niet dat hij wegens grensoverschrijding wordt geheven, en dus is er geen sprake van heffing van gelijke werking.

Rechtsregel

– Een heffing van gelijke werking en binnenlandse belasting kunnen niet gelijktijdig van toepassing zijn.
– Een heffing in de vorm van een binnenlandse belasting, bijvoorbeeld accijns, kan alleen als heffing van gelijke werking worden aangemerkt in het geval dat haar toepassingsmodaliteiten zodanig zijn dat de last in feite alleen op het ingevoerde en niet op nationale producten komt te rusten.
– Het discriminatieverbod van art. 110 VWEU wordt geschonden als de belasting op het ingevoerde product en die op het soortgelijke nationale product op verschillende wijze en volgens verschillende modaliteiten worden berekend waardoor het ingevoerde product zwaarder wordt belast.