Europees recht – Haahr Petroleum ECLI:EU:C:1997:368

  • Datum: 17 juli 1997

     

  • Rechtbankniveau: Hof van Justitie van de Europese Unie

  • Rechtsgebied: Europees recht

  • Wetsartikelen: Art. 110 VWEU

Casus

De casus betreft een zaak tussen Haahr Petroleum is een vennootschap die benzine en andere olieproducten verhandelt en handelshavens in Denemarken. Het gaat om een heffing door handelshavens van een invoer toeslag van 40% op uit het buitenland ingevoerde goederen. Deze heffing werd op alle goederen geheven die, in de Deense handelshavens of in de voor de toegang tot deze havens uitgediepte vaargeul worden geladen, gelost of op een andere wijze van of aan land worden gebracht. De goederen heffing werd geheven op uit het buitenland ingevoerde goederen.

Rechtsvraag

Er wordt verduidelijking gevraagd over de begrippen ‘heffing van gelijk werking als douanerechten’ en ‘discriminerende binnenlandse belasting’.

Hof van Justitie

Art. 110 VWEU verbiedt lidstaten op producten van de overige lidstaten hogere binnenlandse belastingen te heffen dan die op welke gelijksoortige nationale producten worden geheven. Daarnaast verbiedt art. 110 VWEU dat er op producten van de overige lidstaten zodanige binnenlandse belastingen worden geheven dat daardoor nationale producties worden beschermd.

Differentiatie is verenigbaar met art. 110 VWEU voor zover deze op objectieve criteria berust. Objectieve criteria zijn bijvoorbeeld toegepaste producties, of gebruikte grondstoffen. Differentiatie is enkel verenigbaar met het gemeenschapsrecht als zij gericht is op de verwezenlijking van economische beleidsoogmerken die ook met de vereisten van het verdrag en van het afgeleide recht verenigbaar zijn. Wanneer men een hogere belasting doet afhangen van een criterium dat per definitie nooit van toepassing kan zijn op gelijksoortige nationale producten is het sowieso onverenigbaar met het verdrag.

Rechtsregel

– Een belastingstelsel kan alleen worden geacht verenigbaar te zijn met art. 110 VWEU in het geval dat vaststaat dat het zo is ingericht dat het ‘in alle gevallen’ is uitgesloten dat ingevoerde producten zwaarder worden belast dan binnenlandse producten.
– Elke eenzijdig opgelegde geldelijke last, ongeacht de benaming of structuur ervan, die wegens grensoverschrijding over goederen wordt geheven en geen douanerecht stricto sensu is, is een heffing van gelijke werking.