Europees recht – Eugen Schmidberger ECLI:EU:C:2003:333

  • Datum: 12 juni 2003

  • Rechtbankniveau: Hof van Justitie van de Europese Unie

  • Rechtsgebied: Europees recht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Alpengebied’ nastreeft, heeft de Bezirkshauptmannschaft Innsbruck in kennis gesteld van een samenkomst op de A13 Brenner, waardoor het verkeer volledig wordt stilgelegd. Van mening dat dit naar Oostenrijks recht geoorloofd was, heeft de Bezirkshauptmannschaft besloten dit niet te verbieden, zonder te onderzoeken of dit besluit wellicht in strijd was met bepalingen van gemeenschapsrecht. Schmidberger is een in Duitsland gevestigde internationale vervoersonderneming wiens vrachtwagens vooral de Brenner-autoweg nemen. Schmidberger heeft beroep ingesteld strekkende tot veroordeling van de Republiek Oostenrijk tot betaling van een schadevergoeding, omdat vijf van haar vrachtwagens de Brenner-autoweg gedurende vier opeenvolgende dagen niet konden gebruiken.

Rechtsvraag

Moet het streven naar een gezond milieu en het wijzen op gevaren die de steeds sterkere toename van het Transitoverkeer met vrachtwagens voor de volksgezondheid meebrengt voorrang hebben op de regels van gemeenschapsrecht betreffende het vrije verkeer van goederen?

Hof van Justitie

Het besluit van de bevoegde autoriteiten van een lidstaat om een samenkomst die een belangrijke verbindingsweg zoals de Brenner-autoweg gedurende bijna 30 uur zonder onderbreking heeft geblokkeerd, niet te verbieden, heeft de intracommunautaire handel in goederen beperkt. Het moet dus worden beschouwd als een maatregel van gelijke werking met kwantitatieve beperkingen, die in beginsel niet strookt met de verplichtingen uit hoofde van het gemeenschapsrecht, tenzij dat handelen objectief gerechtvaardigd kan worden.

Uit het dossier van het hoofdgeding blijkt dat de Oostenrijkse autoriteiten zich hebben laten leiden door overwegingen die verband houden met de eerbiediging van de grondrechten van betogers op het gebied van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering.
Aangezien zowel de Gemeenschap als de lidstaten gehouden zijn de grondrechten te eerbiedigen, vormt de bescherming van die rechten een legitiem belang, dat in beginsel een rechtvaardiging vormt voor een beperking van verplichtingen krachtens het gemeenschapsrecht.
De betrokken belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen en moeten aan de hand van alle omstandigheden van elk afzonderlijk geval worden nagegaan of een juist evenwicht tussen die belangen is geëerbiedigd. De bevoegde autoriteiten beschikken daarbij over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Niettemin moet worden nagegaan of de beperkingen evenredig zijn aan de nagestreefde legitieme doelstelling, in casu de bescherming van de grondrechten. De nationale autoriteiten konden redelijkerwijs van oordeel zijn dat de door de samenkomst legitiem nagestreefde doelstelling in casu niet kon worden bereikt door middelen die het intracommunautaire handelsverkeer minder beperkten. Het besluit van de bevoegde autoriteiten is dus niet onverenigbaar met het Verdrag.

Rechtsregel

Nationale autoriteiten hebben een ruime beoordelingsvrijheid bij de afweging van belangen bij een beperking van het intracommunautaire handelsverkeer en fundamentele grondrechten.