Bestuursrecht – Mondkapjesplicht APV ECLI:NL:RBAMS:2020:4057

  • Datum: 19 augustus 2020

  • Rechtbankniveau: Rechtbank

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Verschillende veiligheidsregio’s hebben aangegeven behoefte te hebben aan instrumenten voor lokaal maatwerk voor gedragsbeïnvloeding. Op 4 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio de Noodverordening vastgelegd. Deze verordening gaat over het verbod niet dragen van een mondkapje. Viruswaarheid vordert het buiten werking stellen van de voorziening.

Rechtsvraag

Is de civiele rechter bevoegd kennis te nemen van het geschil?

Rechtbank

Ontvankelijkheid van eisers
Gelet op de grondslag van de vordering (onrechtmatig overheidshandelen) is de civiele rechter bevoegd, tenzij voor Viruswaarheid een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat die voldoende rechtsbescherming biedt. Dit is niet het geval omdat eisers niet aangemerkt kunnen worden als belanghebbende en ze dus geen belang hebben waarmee ze zich voldoende kunnen onderscheiden van anderen (r.o. 4.2.).

Daarnaast volgt dat de eisen van een doeltreffende rechtsbescherming van de burger tegen de overheid meebrengen dat het niet aanvaardbaar is als een partij, die niet kan procederen bij de bestuursrechter bij gebrek een het vereiste belang, ook niet bij de civiele rechter terecht kan (r.o.4.4).

Ontvankelijkheid van Viruswaarheid
Een belangenorganisatie die opkomt voor het algemeen belang van de bescherming van de rechten van een groep personen, die diffuus en onbepaald is, kan niet bij de civiele rechter terecht als is voorzien in de rechtsbescherming voor de individuele belanghebbenden bij de bestuursrechter. Dit kan wel voor zover de belangenorganisatie opkomt voor belangen van personen die met hun vordering geen rechtsgang hebben bij de bestuursrechter r.o. 4.7.).

Omdat Viruswaarheid ook voor grondrechten van eisers opkomt, terwijl die naar verwachting niet bij de bestuursrechter terecht kunnen, is de civiele rechter in dit geval ook voor haar de bevoegde rechter (r.o. 4.8).