Publiekrecht – Kudrevicius t. Litouwen nr. 37553/05

  • Datum: 15 oktober 2015

  • Rechtbankniveau: EHRM

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: Art. 11 EVRM

Feiten

Litouwse boeren hebben in april en mei van 2003 een serie demonstraties georganiseerd bij het parlementsgebouw en bij het Ministerie van Landbouw in Litouwen. Ze protesteerden tegen de prijsdaling van allerlei landbouwproducten. Een paar van deze demonstraties bestonden uit het blokkeren van snelwegen op verschillende plaatsen tussen 21 en 23 mei. Deze protesten waren niet medegedeeld aan de overheid. De overheid heeft de demonstranten vervolgd voor het veroorzaken van oproer, ook heeft een transportbedrijf zich gevoegd als civiele partij in het strafproces wegens schadevergoeding die hij heeft gelopen door de wegblokkades.

Rechtsvraag

Levert de veroordeling van de klagers en boeren een schending op van de demonstratievrijheid ex art. 11 EVRM?

Oordeel

De vrijheid van vergadering van art. 11 EVRM ziet slechts toe op vreedzame vergadering en niet op vergaderingen met gewelddadige intenties. Een veroordeling van demonstranten betreft een beperking op het grondrecht, deze dient een wettelijke grondslag te kennen in het nationale recht. Een strafbaarstelling die een ruim begrip van ‘oproer’ hanteert, kan nog steeds voldoende voorzienbaar zijn als het voor de klagers duidelijk moet zijn geweest dat het niet opvolgen van een wettelijk bevel door de politie tot een strafrechtelijke aansprakelijkheid zou leiden. Ook dient een dergelijke strafbaarstelling een legitiem doel te dienen.