Publiekrecht – ECLI:EU:C:2021:594 Wabe & MH Müller Handel

  • Datum: 15 juli 2021

  • Rechtbankniveau: HVJEU

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: /

Feiten

Wabe & MH Müller Handel zijn twee toegevoegde zaken waarbij een soortgelijke prejudiciële vraag wordt gesteld aan het Hof. Wabe exploiteert een groot aantal kinderdagverblijven in Duitsland, er werken er meer dan 600 werknemers. Wabe stelt zich neutraal op ten opzichte van politieke partijen en geloofsgemeenschappen. Een orthopedagogisch verzorgster die werkzaam is bij Wabe heeft begin 2016 besloten om een hoofddoek te dragen, ze was op verlof tussen 2016 en 2018. In 2018 heeft Wabe een instructie opgesteld voor de naleving van het neutraliteitsgebod en hiermee aan de verzorgster aangegeven dat zij niet met hoofddoek mag werken. De vraag is of hier sprake is van directe discriminatie dan wel indirecte discriminatie gezien het hoofddoekverbod vooral vrouwen betreft. Voorts is de vraag of een dergelijke beperking gerechtvaardigd is.

In de zaak MH Müller speelt een soortgelijk scenario. Een mevrouw werkt bij MH en draagt sinds 2014 een hoofddoek, MH heeft haar gevraagd om de hoofddoek af te doen maar dit heeft zij geweigerd.

Rechtsvraag

Vormt een eenzijdige verbodsinstructie van het dragen van een teken van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze overtuigingen een directe discriminatie van godsdienst?

Oordeel

Een interne regel van een onderneming die werknemers verbiedt op het werk zichtbare tekens van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze overtuiging te dragen, vormt geen directe discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging.