Publiekrecht – Delftse gondelaffaire ECLI:NL:HR:2011:BU3917

  • Datum: 11 november 2011

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: Art. 10 EVRM

Feiten

Martin Stoelinga is raadslid bij de gemeenteraad in Delft. Stoelinga beschuldigde een voormalig wethouder van corruptie, onder andere naar aanleiding van geheim opgenomen beeld- en geluidsopnames uit 2004 en 2005 in een pizzeria waarin de wethouder telefoongesprekken voert over zijn plannen om de gondels in de Delftse grachten te exploiteren. Stoelinga heeft een reeks publicaties verricht die aantonen dat de wethouder misbruik van zijn positie heeft gemaakt. De wethouder stelt dat hij zich niet corrupt heeft gedragen, hij stelt dat de beschuldigingen en publicaties van Stoelinga onrechtmatig zijn.

Rechtsvraag

Is een publicatie van stukken waardoor de wethouder blootgesteld wordt aan verdachtmakingen onrechtmatig, of vallen dergelijke uitingen onder de vrijheid van meningsuiting?

Oordeel

Publicaties en uitlatingen gericht tegen het optreden van een wethouder behoren tot het politieke forum, hierbij geldt in beginsel een ruime uitingsvrijheid en een zeer smalle beoordelingsmarge voor de beperking van vrijheid van meningsuiting ex art. 10 EVRM. De uitlatingen gedaan door een politicus buiten een vertegenwoordigend toneel krijgen eenzelfde soort bescherming als uitlatingen gedurende raadsvergaderingen. Er dient een belangenafweging plaats te vinden aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval.