Privaatrecht – Rabobank/Visser ECLI:NL:HR:1992:ZC0646

  • Datum: 26 juni 1992

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 430 Rv

Feiten

De Rabobank en de heer Visser zijn een geldlening overeengekomen. Deze geldlening is in een authentieke akte vastgelegd, vanwege het feit dat er ook hypotheek- en pandrechten worden gevestigd op de goederen uit de overeenkomst. Het woonhuis van de heer Visser wordt aan de Rabobank in onderpand gegeven, ter zekerheid van het geldbedrag. Als de heer Visser na lange tijd de overeenkomst tussen hem en de Rabobank niet kan nakomen wegens gebrek aan financiële middelen, besluit de Rabobank om stappen te ondernemen. Het lukt de heer Visser niet om het geldbedrag terug te betalen aan de Rabobank. Vervolgens gaat de Rabobank over tot executoriale verkoop van het pand van Visser waar de Rabobank een hypotheekrecht op had gezet. Alsnog is dit niet voldoende om de schuld van de heer Visser af te lossen. Vervolgens wil de Rabobank ook de andere rechtsbetrekkingen die in de akte vermeld staan in executoriaal bezit nemen.

Rechtsvraag

Levert een authentieke akte een executoriale titel op in de zin van art. 430 Rv voor álle in die akte vermelde vorderingen?

Hoge Raad

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad voor de eerste keer dat een authentieke akte slechts een executoriale kracht kent met betrekking tot de vorderingen die reeds bestonden ten tijde van het verlijden van de akte en eventueel in de akte omschreven toekomstige vorderingen, die hun grondslag vinden in de verhouding die al bestond wanneer de akte werd gemaakt. De Hoge Raad kent op grond hiervan door de Hoge Raad geen executoriale kracht toe aan de andere vorderingen die in de akte tussen de Rabobank en de heer Visser zijn opgenomen. De executoriale kracht kan alleen toekomen aan het pand waarop de Rabobank een hypotheekrecht heeft gevestigd. Dit heeft mede te maken met het feit dat in de akte de clausule is opgenomen dat de hypotheek, strekt tot het betalen van alles wat de bank blijkens de administratie te vorderen heeft van de heer Visser. De Rabobank kan dus niet ook andere vorderingen executeren om het volledige bedrag dat aan Visser was geleend terug te krijgen, omdat de executie van het pand waarop het hypotheekrecht rustte reeds strekte tot alles wat de bank van Visser te vorderen had.