Privaatrecht – Ongeval St. Oedenrode ECLI:NL:HR:1992:ZC0727

  • Datum: 23 oktober 1992

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Het Ziekenfonds en Van der Pasch hebben Van der Velden bij exploot gedagvaard. Van der Velden zat achter het stuur toen de auto van de weg raakte en tegen een boom aanreed. De bijrijder Van der Pasch is hierbij gewond geraakt. Van der Pasch en het Ziekenfonds hebben beiden een bedrag gevorderd van der Velden.

Rechtsvraag

Hoe wordt de bewijslast verdeeld?

De rechtbank

De rechtbank oordeelt dat Van der Velden zorg moet dragen voor het bewijs van het plotseling ingrijpen in de besturing van de auto door aan de handrem te trekken. Dit vanwege het feit dat geen ander verkeer betrokken was bij het ongeval.

Het Hof

Het Hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en geoordeeld dat de bewijslast rust op het Ziekenfonds en Van der Pasch. Een andere oorzaak dan dat Van der Velden een fout zou hebben gemaakt, wordt niet uitgesloten. Het enkele feit dat de auto van de weg is geraakt met Van der Velden als bestuurder, wil nog niet zeggen dat hij een fout heeft gemaakt als bestuurder zijnde.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een andere bewijslastverdeling dan de verdeling die het Hof heeft aangenomen. Allereerst beroepen het Ziekenfonds en Van der Pasch zich op de rechtsgevolgen van de door hen gestelde fout die Van der Velden zou hebben begaan. De hoofdregel luidt dat de bewijslast op degene berust die het rechtsgevolg inroepen. Hieruit kan niet worden afgeleid dat de wederpartij de feiten moet bewijzen die zij stelt.