Privaatrecht – Fortis/ Bourgonje ECLI:NL:HR:2010:BO1799

  • Datum: 24 december 2010

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Bourgonje verkoopt in 1999 zijn bedrijf aan Predictive en komt hierdoor in het bezit van een aanzienlijk pakket aandelen in Predictive. Deze aandelen vormden het grootste deel van het vermogen van Bourgonje. Voor deze aandelen gold een ‘lock-up’ periode tot 11 augustus 2000, tijdens deze periode was de verkoop van deze aandelen niet toegestaan. Op 20 april gaat Bourgonje met Fortis een vermogensbeheerovereenkomst aan. Vermogensgroei op de lange termijn is de doelstelling. De aandelen van Predictive blijven echter dalen, maar Bourgonje gaat ook na afloop van de ‘lock-up’ periode niet over tot verkoop van de aandelen. Tussen Fortis en Bourgonje vinden wel telefonisch gesprekken plaats over de verkoop van de aandelen, maar Bourgonje houdt af.
Hij blijft geloven in Predictive. Als het aandeel van Predictive zich uiteindelijk tussen de één en twee dollar bevindt, dagvaardt Bourgonje Fortis.

Rechtsvraag

Hoe ver reikt de zorgplicht van een vermogensbeheerder én wanneer dient de proportionele aansprakelijkheid wel of niet te worden toegepast?

Rechtbank

Bourgonje dagvaardt Fortis en eist een schadevergoeding van bijna 13 miljoen euro. Hij zegt dat Fortis toerekenbaar tekort is geschoten in het nakomen van haar verplichtingen. Mochten de aandelen Predictive niet onder de beheersovereenkomst vallen, dan baseert hij zijn vordering op een door Fortis geschonden zorgplicht. De Rechtbank wijst deze vordering af.

Gerechtshof

Het Hof wijst de vordering daarentegen toe. Fortis had Bourgonje indringender moeten adviseren de aandelen Predictive van de hand te doen na afloop van de ‘lock-up’ periode. Fortis had moeten waarnemen dat Bourgonje persoonlijk betrokken was en daardoor niet meer zakelijk handelde. Ook hebben de gedragingen van Fortis volgens het Hof het vertrouwen gewekt dat zij zich als beleggingsadviseur gedroeg. Aan deze adviseringsplicht is niet voldaan. Over het causale verband oordeelt het Hof dat Fortis 50% verantwoordelijk is voor de nadelige gang van zaken, zij past hier de proportionele aansprakelijkheid toe en laat zich inspireren door het Nefalit/Karamus arrest.

Hoge Raad

In cassatie beslist de Hoge Raad dat bij de beoordeling of een waarschuwingsplicht bestaat er gekeken moet worden naar alle terzake doende omstandigheden van het concrete geval. Dit heeft het Hof hier nagelaten. Zij hebben bijvoorbeeld niet gekeken naar het feit dat Bourgonje beter dan Fortis op de hoogte was van de aandelenwaarde, over insiderkennis beschikte en een ervaren ondernemer en belegger is in de ICT-sector.