Privaatrecht – Den Haan/The Box Fashion LJN:ZC1859

  • Datum: 27 oktober 1995

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Den Haan is werkzaam bij The Box Fashion. Er geldt een proeftijd van twee maanden. The Box Fashion wil de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd opzeggen. De directeur van The Box Fashion vertelt dit aan enkele collega’s van Den Haan en verzoekt hen Den Haan te zeggen dat hij zich op vrijdag 14 december (de laatste dag van de proeftijd) bij hem moet melden. Den Haan komt niet opdagen en de directeur weet pas op zondag 16 december met Den Haan in contact te komen. Tijdens dit gesprek ontslaat hij Den Haan. Den Haan roept de nietigheid van het ontslag in bij de kantonrechter, omdat de proeftermijn reeds was verstreken.

Rechtsvraag

Kan er een rechtvaardiging zijn voor het maken van een uitzondering op de ijzeren proeftijdtheorie?

Lagere rechters

De Rechtbank oordeelt dat de werknemer te kwader trouw heeft gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor het beroep op de strikte toepassing van de termijn van het proeftijdbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Hoge Raad

Een beroep van de werknemer op een strikte toepassing van de termijn van het proeftijdbeding kan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Aan deze omstandigheden moeten hoge eisen worden gesteld. In deze zaak is de enkele omstandigheid dat de werknemer zich opzettelijk aan het gesprek onttrekt niet voldoende om te oordelen dat het beroep op de strikte toepassing van de termijn van het proeftijdbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De werkgever heeft namelijk slechts enige dagen van tevoren de mededeling gegeven dat de werknemer zich op de laatste dag van de proeftijd bij de directeur moet melden teneinde te worden ontslagen en heeft nagelaten hem binnen de proeftijd op andere wijze, bijvoorbeeld schriftelijk, te ontslaan. Ontslaan via die weg was in deze zaak ook mogelijk geweest. Het ligt voor de hand dat een werknemer zich mogelijk aan het gesprek zal onttrekken en de Hoge Raad oordeelt dat de werkgever met die mogelijkheid rekening moet houden.