Europees recht – Bauhuis ECLI:EU:C:1977:6

  • Datum: 25 januari 1977

     

  • Rechtbankniveau: Hof van Justitie van de Europese Unie

  • Rechtsgebied: Europees recht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Bauhuis is een veehandelaar die onder andere varkens heeft in- en uitgevoerd naar andere lidstaten. Hiervoor heeft hij ingevolge de Nederlandse Veewet heffingen voor sanitaire controles (keurlonen) moeten betalen. Hij vordert de door hem betaalde geldelijke lasten terug, omdat hij betoogt dat deze lasten heffingen van gelijke werking als douanerechten zijn, die ingevolge art. 16 EEG-verdrag zijn verboden. De door hem betaalde bedragen zijn daarom onverschuldigd betaald volgens Bauhuis. De Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie inzake de uitlegging van de bepalingen van het verdrag, over het verbod van heffingen van gelijke werking als uitvoerrechten.

Rechtsvraag

Zijn heffingen van gelijke werking als uitvoerrechten te beschouwen? De heffing welke door een lidstaat wordt geheven terzake van sanitaire keuring van vee dat bestemd is om te worden verzonden naar een andere lidstaat, voor zover die geldelijke lasten strekken tot bestrijding van, en niet overschrijden, de werkelijke kosten van een sanitaire keuring, die van rijkswege wordt verricht.

Hof van Justitie

De maatregelen zijn niet vastgesteld ter bescherming van een nationaal belang, maar in het algemeen belang van de Gemeenschap. De keuringen kunnen niet worden beschouwd als een eenzijdige verkeersbelemmerende maatregel, met name doordat zij hinderpalen neutraliseren. Onder deze omstandigheden zijn heffingen ter zake van sanitaire keuringen die krachtens gemeenschapsvoorschrift voor de verzending in de lidstaat van verzending moeten worden verricht en wel op uniforme wijze, geen heffingen van gelijke werking als uitvoerrechten, mits het bedrag ervan de werkelijke kosten van de keuring ter zake waarvan zij worden toegepast, niet overschrijdt. Het gaat om een financieel en economisch gerechtvaardigde vergoeding van een door het gemeenschapsrecht aan alle lidstaten gelijkelijk opgelegde verplichting.

Elke aanvullende keuring van runderen of varkens voor uitvoer naar een andere lidstaat die door een lidstaat op eigen initiatief dan wel wegens niet meer gerechtvaardigde eisen van een andere lidstaat eenzijdig is gesteld, is een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking. Ook heffingen van lidstaten vanwege verrichte sanitaire keuringen die niet bij verordening of richtlijn zijn voorgeschreven en niet door die Staat verplicht zijn gesteld om vast te stellen of is voldaan aan de invoervoorwaarden van de lidstaat van bestemming, zijn heffingen van gelijke werking, maar dan als douanerechten.

Rechtsregel

Heffingen ter zake van sanitaire keuringen die krachtens een gemeenschapsvoorschrift voor de verzending in de lidstaat van verzending moeten worden verricht en wel op uniforme wijze, zijn geen heffingen van gelijke werking als uitvoerrechten, mits het bedrag ervan de werkelijke kosten van de keuring ter zake waarvan zij worden toegepast, niet overschrijdt.