Bestuursrecht – Zorgcentrum Meerkerk ECLI:NL:CRVB:2019:669

  • Datum: 5 maart 2019

  • Rechtbankniveau: Centrale Raad van Beroep

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: Art. 1:2 Awb

Casus

Appellante is eigenaar van een zorgcentrum te Meerkerk die voorziet in huisvesting en zorg aan cliënten. De zorgverlening wordt door de cliënten bekostigd uit persoonsgebonden budgetten toegekend via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Een van de cliënten van het zorgcentrum ontvangt op een gegeven moment een besluit van het college van B&W met de mededeling dat de zorg die verleent wordt in het zorgcentrum van onvoldoende kwaliteit is en dat daarom de uitbetaling van het persoonsgebonden budget wordt stopgezet. Appellante wilt het besluit aanvechten, maar kan niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb.

Rechtsvraag

Hoe moet beoordeeld worden of een derde belanghebbende is bij een beschikking die aan een ander geadresseerd is?

Rechtsregel

Voordat er uitspraak werd gedaan in deze zaak werd de lijn aangehouden dat een derde niet als belanghebbende kan worden aangemerkt wanneer het belang voortvloeit uit een contractuele relatie. Deze strenge lijn geeft echter weinig ruimte voor nuance. Daarom formuleerde advocaat-generaal Widdershoven in een conclusie vijf vuistregels. Daarbij gaf hij twee ankerpunten voor de toegang van particulieren tot de bestuursrechter:

1. Toegang tot de bestuursrechter staat in beginsel open wanneer een besluit jegens de persoon onrechtmatig kan zijn in de zin van art. 6:162 BW en derhalve aan het relativiteitsvereiste is voldaan.

2. Toegang tot de bestuursrechter staat daarnaast ook open wanneer iemand wordt geraakt in een recht of rechtens beschermd belang, bijvoorbeeld een recht zoals neergelegd in het EVRM, als gevolg van een besluit.

De vijf vuistregels van advocaat-generaal Widdershoven:

1. ‘Afgeleid belang is niet aan de orde als de derde in kwestie een zelfstandig eigen belang heeft dat bij het besluit rechtstreeks betrokken is. Een dergelijk eigen belang kan in een andere hoedanigheid bestaan, maar bijvoorbeeld ook vanwege de reële mogelijkheid dat de derde in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend eigen belang wordt geschaad.’

2. ‘Afgeleid belang moet de derde niet worden tegengeworpen als zijn belang bij een besluit materieel niet parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene.’

3. ‘Afgeleid belang moet de derde niet worden tegengeworpen als de betrokkenheid van zijn rechts- of belangpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt.’

4. Afgeleid belang kan aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang parallel loopt met dat van de eerstbetrokkene en zijn belang uitsluitend via een contractuele relatie met de eerstbetrokkene bij dat besluit betrokken is.’

5. ‘In plaats van de verwevenheidscorrectie die in de rechtspraak van de Afdeling thans soms wordt toegepast om de bestuurder/enig aandeelhouder als belanghebbende aan te merken als alleen hij en niet de vennootschap zelf beroep tegen het besluit heeft ingesteld, moet dat beroep worden toegerekend aan de vennootschap.’