Bestuursrecht – Meerenberg ECLI:NL:HR:1879:1

  • Datum: 1 januari 1879

  • Rechtbankniveau: Strafkamer

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: Blanketwet, Grondwet

     

Casus

In bloemendaal was het gesticht ‘Meerenberg’ gevestigd. Bestuursleden van het gesticht weigerden een register te maken met wie er in het gesticht woonde. Het doorgeven van het register was een verplichting geregeld via een koninklijk besluit. Het gesticht was voor mensen met hoge status en wilden daarom de namen van de personen wie in het gesticht leefden besloten houden. De Blanketwet stelde overtredingen van besluiten van de koning strafbaar. De koning kon via zelfstandige algemene maatregelen van bestuur (koninklijk besluit) de parlementaire procedure ontwijken. De koning heeft wetgevende en uitvoerende macht.

Rechtsvraag

Is een zelfstandige algemene maatregel van bestuur, wanneer er geen sprake is van delegatie, wettig?

Rechtsoverweging

De rechtbank oordeelde dat de bestuursleden behoorden te worden vrijgesproken, aangezien het besluit niet rustte op een wettelijke bepaling. De Officier van justitie ging in cassatie en in cassatie oordeelde de Hoge Raad dat art. 104 GW (oud) uitvoerende macht toebedeelde aan de koning, maar geen wetgevende macht.

Rechtsregel

Vóór 1879: De koning heeft wetgevende en uitvoerende macht.
Na 1879 (arrest Meerenberg): De koning heeft alleen uitvoerende macht.
Na 1887: De grondwetgever draaide het Meerenberg-arrest deels terug. De koning kan wel zelfstandige algemene maatregelen van bestuur uitvaardigen, maar er kunnen alleen straffen worden toebedeeld wanneer zij op een wet berusten. De koning heeft nu dus deels zijn wetgevende macht terug naast de uitvoerende macht.