Bestuursrecht – Changoe NJ 1992 687

  • Datum: 28 februari 1992

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Meneer Changoe is werkzaam als belastingambtenaar. Hij wordt ontslagen en stelt hiertegen beroep in. Dit beroep wordt gegrond verklaard. De ontslagverlening wordt daarom ingetrokken en zijn gederfde salaris wordt weer betaalbaar gesteld. Vervolgens vordert Changoe schadevergoeding van de Staat, omdat hij in de tijd dat hij (onterecht) geen salaris kreeg, veel schade heeft geleden (zowel materiële schade als immateriële schade). De vordering wordt ingesteld bij de burgerlijke rechter. De Staat stelt dat de burgerlijke rechter onbevoegd is om van de vordering kennis te nemen omdat het gaat om een ambtenaar die schade vordert uit onrechtmatig handelen van de overheid. Volgens de Staat is enkel de bestuursrechter bevoegd.

Rechtsvraag

Wie is bevoegd om over deze vordering tot schadevergoeding te beslissen?

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank zich onterecht onbevoegd heeft verklaard. Wanneer een administratieve rechter bevoegd is van een geschil kennis te nemen, doet dit in het algemeen niet af aan de bevoegdheid van de burgerlijke rechter. De civiele rechter biedt aanvullende rechtsbescherming bij vorderingen tot schadevergoeding, maar zal de eiser niet-ontvankelijk verklaren als er nog een rechtsgang openstaat bij de bestuursrechter die met voldoende waarborgen is omkleed. De burgerlijk rechter is dus wel bevoegd, maar de eiser is niet-ontvankelijk.