Privaatrecht – De Kantharos van Stevensweert ECLI:NL:HR:1959:217

  • Datum: 30 november 1973

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: 6:228 Bw

Casus

Tijdens baggerwerkzaamheden vlak bij Stevensweert wordt een zilveren drinkbeker naar boven gehaald. Nadat de vinder de beker aan een derde heeft verkocht en de beker enkele malen van eigenaar is gewisseld, komt de beker bij de Utrechtse edelsmid Bron terecht voor een luttel bedrag. Vlak daarna beweert een hoogleraar dat de beker een Kantharos is van Grieks-Romeinse oorsprong. Bron doet onderzoek en zijn onderzoek wordt gepubliceerd in krant. Deze publicatie wordt gelezen door de oorspronkelijke verkoper. Hij vordert vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling.

Rechtsvraag

Was sprake van wederzijdse dwaling in de zin van art. 6:228 lid 1 sub c BW?

Overweging

De Hoge Raad stelt dat in casu sprake is van wederzijdse dwaling. Wel is ook sprake van een uitzondering in de zin van art. 6:228 lid 2 BW.
Op grond van deze uitzondering mislukt een beroep op dwaling als naar verkeersopvattingen de dwaling voor rekening van de dwalende behoort te komen. In deze casus speelt de speculatieve aard van de beker een grote rol.

Rechtsregel

De verkeersopvattingen verzetten zich ertegen dat men op grond van dwaling de nietigheid niet in kan roepen van een speculatieve overeenkomst met een argument dat men zich achteraf gezien in de werkelijke waarde had vergist.