Staatsrecht – Faunabescherming Fryslan ECLI:NL:HR:2004:AO8913

  • Datum: 1 oktober 2004

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Staatsrecht

  • Wetsartikelen: Flora- en Faunawet

Casus

Op 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Art. 9 verbiedt dieren, behorende tot een beschermde diersoort, te doden, verwonden, vangen, bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. Art. 10 bepaalt dat het verboden is dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. De Provinciale Staten van Fryslân hebben gebruik gemaakt van de in art. 65 lid 4 Flora- en Faunawet geboden mogelijkheid om een verordening te maken waarin staat dat diersoorten die volgens artikel 65 lid 2 Flora- en Faunawet niet in hun voortbestaan bedreigd worden, mogen worden gedood, verwond of gevangen in de zin van artikel 9 jo. 10 Flora- en Faunawet. In kort geding is gevorderd dat de Provincie die verordening weer moet intrekken, terwijl in cassatie ter discussie staat of de rechter een bevel tot het intrekken van een verordening kan geven. De stichting De Faunabescherming eist dat de burgerlijk rechter een bevel geeft aan de Provincie om de verordening in te trekken.

Rechtsvraag

Is een rechterlijk bevel aan de provincie tot intrekking van een met richtlijnen strijdige provinciale verordening mogelijk?

Overweging

De rechtbank heeft de vordering afgewezen. Dit is bekrachtigd door het hof. Het hof stelde dat niet valt te zien op grond waarvan de rechter een veroordeling zou mogen uitspreken tot intrekking van de verordening. Zo’n veroordeling is volgens het hof vanuit een oogpunt van staatsrechtelijke ordening niet mogelijk. Hierna gaat de Stichting in cassatie. De Stichting vindt dat het Waterpakt-arrest, waar het hof zich op beroept, hier niet van toepassing is. In dit arrest werd een rechterlijk bevel tot wetgeving aan de wetgever in formele zin gevorderd. Dit verzoek werd afgewezen, omdat de rechter niet mag ingrijpen in de procedure van politieke besluitvorming en afweging van belangen. Volgens de Hoge Raad is er geen grond om in dit geval anders te oordelen. Er zou sprake zijn van een ongeoorloofd ingrijpen in de procedure van politieke besluitvorming en belangenafweging. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Rechtsregel

De rechter kan geen bevel tot het intrekken van een verordening geven, omdat er anders sprake zou zijn van ongeoorloofd ingrijpen in de procedure van politieke besluitvorming en belangenafweging.