Publiekrecht – Proctoring tentamens UvA ECLI:NL:GHAMS:2021:1560

  • Datum: 1 juni 2021

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Amsterdam

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: Art. 8 EVRM

Feiten

Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet de universiteit immers sinds het voorjaar van 2020 gesloten, waardoor de tentamens niet langer fysiek konden plaatsvinden. De UvA heeft voor de online tentaminering besloten om proctoring in te zetten, waarbij studenten hun softwaregebruik gedurende het maken van hun tentamens gemonitord worden. De studentenraden van de UvA en van de faculteit Economie en Bedrijfskunde hebben een kort geding aangespannen waarbij zij om een verbod op proctoring hebben gevraagd. Zij achten de proctoring in strijd met art. 8 EVRM en de AVG.

Rechtsvraag

Voldoet het inzetten van proctoring-software aan de vereisten van art. 8 EVRM, het recht op bescherming van het privéleven?

Oordeel

Bij de vraag of er sprake is van een schending van art. 8 EVRM dient er te worden gekeken of de bevoegdheid tot het regelen van tentamens bij wet is voorzien. Indien er inderdaad een beperkings- dan wel reguleringsmogelijkheid staat omschreven in de wet, dan is vervolgens de vraag of de inbreuk in dit geval noodzakelijk is in een democratische samenleving. Tenslotte volgt de vraag of de inbreuk proportioneel is.

In deze zaak voldoet de proctoring aan de eisen gesteld aan de beperkingssystematiek. Gezien de noodzaak om gezien de online omstandigheden fraude te willen voorkomen, is er voldaan aan de vereisten van voorzien bij wet, noodzakelijkheid en proportionaliteit.