Publiekrecht – Edamse bijstandsontvanger ECLI:NL:PHR:1987:AG5500

  • Datum: 9 januari 1987

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: Art. 8 EVRM

Feiten

De buurman van een Edamse bijstandsvrouw bespied haar op verschillende momenten omdat hij haar regelmatig met een meneer hand in hand ziet lopen en deze meneer ook bij haar overnachtte. Als zij met iemand samenwoont, dan zou haar bijstandsuitkering stopgezet worden. De buurman verzamelt informatie en geeft dit door aan de gemeente, die daarop besluit de bijstandsuitkering stop te zetten. Mevrouw vindt dat de gedragingen van de buurman een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer opleveren.

Rechtsvraag

Hoe ver strekt de bescherming van art. 8 EVRM (recht op privéleven) bij een vrouw die wordt bespioneerd door haar buurman?

Oordeel

Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer laat zich niet ruimtelijk begrenzen tot slechts de woning waarin men verblijft. Het kan ook toepasselijk zijn op de openbare weg. Een dergelijke manier van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is onrechtmatig, maar hiertegen kan wel een rechtvaardigingsgrond worden ingebracht zoals de controle op naleving van de wet. Hierbij dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen de ernst van de inbreuk en de naleving van de wet. Factoren zoals de periode waarover er informatie is verzameld, de aard en intimiteit van de gegevens zijn hierbij van belang.