Publiekrecht – ECLI:NL:HR:1993:ZC1002 Verplichte aidstest (I)

  • Datum: 18 juni 1993

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: Art. 11 GW

Feiten

De eiseres in deze zaak is slachtoffer geworden van verkrachting. De man heeft haar tweemaal verkracht onder bedreiging met een pistool, hij is al eens eerder voor vergelijkbare delicten veroordeeld. De man heeft de eiseres zonder condoom verkracht. Uit art. 6:162 BW (destijds art. 1401 oud BW) vloeit voort dat eiseres recht heeft om de gevolgen van de verkrachting zoveel mogelijk te beperken, hier behoort ook de onzekerheid omtrent besmetting met het HIV-virus onder. Eiseres heeft daarom recht op medewerking van de dader om bloedonderzoek te ondergaan.

Rechtsvraag

Voldoet de beperking van het grondrecht van de ontastbaarheid van het menselijk lichaam aan art. 11 Gw?

Oordeel

De man kon zich niet met succes op art. 11 Gw beroepen. Dit recht kent grenzen in de bij of krachtens de wet te stellen beperkingen. In dit geval is er sprake van een zaak waarbij het gaat om de horizontale werking van grondrechten. Hierbij is een beperking op het grondrecht uit art. 11 Gw op basis van art. 6:162 BW gegrond, gezien dit artikel de norm kent dat men hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt jegens elkaar in acht moet nemen. Er dient een belangenafweging te worden gemaakt om te zien of een dergelijke beperking kan worden aanvaard. Het betreft hier geen botsing van grondrechten, gezien het gaat om een afweging tussen art. 11 Gw en art. 6:162 BW.