Publiekrecht – Doorwerkingsjurisprudentie naaister ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2443

  • Datum: 24 juni 2009

  • Rechtbankniveau: Centrale Raad van Beroep

  • Rechtsgebied: Publiekrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

De werknemer is werkloos geworden door een situatie waarin haar dienstbetrekking niet zo lang heeft geduurd dat zij uitsluitend daaraan een recht op WW-uitkering kan ontlenen.

Rechtsvraag

Was de werkloosheid van de werkneemster verwijtbaar?

Lagere rechters

De rechtbank heeft vastgesteld dat onbetwist is of er een recht op WW-uitkering is opgebouwd uit het dienstverband en dat daarom de beëindiging van het dienstverband beoordeeld dient te worden. Daarbij werd het door het UWV verrichtte onderzoek voldoende geacht. De geringe reisafstand was geen goede reden om de dienstbetrekking te beëindigen, terwijl ook niet was gebleken dat er de werkgeefster goede vooruitzichten had. De positie van de werkneemster was aanzienlijk zwakker en onzeker over de voortzetting van de overeenkomst na zes maanden.

Centrale Raad van Beroep

De Raad oordeelt, anders dan voorheen, dat indien de werkloosheid uit de nieuwe dienstbetrekking niet verwijtbaar is, geen onderzoek naar de redenen van de baanwisseling behoeft te worden gedaan indien ten tijde van die wisseling een reëel vooruitzicht bestond van tenminste 26 weken in een ongeveer gelijke omvang als de dienstbetrekking die beëindigd wordt. Niet de juridische vorm waarin de relatie tussen de werknemer en werkgever gestalte heeft gekregen is doorslaggevend, maar de materiële inhoud van de door hen gemaakte afspraken. Dit betekent derhalve dat het een werknemer in beginsel niet kan worden verweten als het nieuwe dienstverband wordt aangegaan op basis van een uitzendovereenkomst, detacheringsovereenkomst of tijdelijke overeenkomst. Indien een werkgever wenst vast te houden aan een proefperiode en een werknemer daarmee instemt, heeft ook dat voor de verwijtbaarheid geen betekenis. Eerst moet worden vastgesteld dat een reëel vooruitzicht in de voorgaande zin niet bestond, pas dan is er reden om te bezien of de omstandigheden die aanleiding waren voor de baanwisseling moeten leiden tot het oordeel dat de werknemer ter zake van de werkloosheid een verwijt treft.