Privaatrecht – Zwervend bestaan op boot ECLI:NL:CRVB:2012:BX2206

  • Datum: 20 juli 2012

  • Rechtbankniveau: Centrale Raad van Beroep

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 2 jo art. 6 AOW

Casus

De Sociale Verzekeringsbank heeft in deze zaak een man op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor 12% gekort in zijn ouderdomspensioen. Als argument gaf de Sociale Verzekeringsbank dat de man gedurende een periode van zes jaar geen ingezetene was van Nederland en dus niet was verzekerd. De man vraagt om herziening van dit besluit en stelt dat hij wel degelijk woonachtig was in Nederland en dat de Sociale Verzekeringsbank zijn pensioen ten onrechte gekort heeft.

Rechtsvraag

Welke omstandigheden zijn van belang om te beoordelen of iemand een ingezetene is op grond van art. 2 jo. art. 6 AOW, en derhalve recht heeft op ouderdomspensioen?

Centrale Raad van Beroep

De Raad oordeelt in deze zaak dat de Sociale Verzekeringsbank bij gebruik van een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging in casu niet tot het oordeel had kunnen komen dat de man geen ingezetene was van Nederland. Hierbij weegt de Raad mee dat er geen gegevens kunnen worden gevonden in onder andere de gemeentelijke basisadministratie dat meneer in het buitenland heeft gewoond in de betreffende periode. Daarnaast zijn er geen andere aanwijzingen in de vorm van familie of vrienden in het buitenland, een woning in het buitenland of enige andere banden met een ander land dan Nederland, die erop kunnen wijzen dat meneer woonachtig was buiten Nederland. Ook is van belang dat meneer in het geding wel feiten en omstandigheden heeft aangedragen die erop wijzen dat hij wél woonachtig was in Nederland. Zo heeft meneer aangevoerd dat hij een zwervend bestaan leidde in die periode en woonachtig was op een boot. Er wordt gekeken of er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Een woonplaats hebben in Nederland is hiervoor overigens niet vereist. Of er sprake is van een dergelijke duurzame band van persoonlijke aard hangt af van de omstandigheden van het geval. Bepalend is of er uiterlijke feiten en omstandigheden gevonden kunnen worden die erop wijzen dat de betrokkene het middelpunt van zijn persoonlijke levensbelangen in Nederland heeft.

Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank is naar het oordeel van de Raad derhalve onvoldoende gemotiveerd.