Privaatrecht – Wertenbroek q.q./ Van den Heuvel c.s. ECLI:NL:HR:2009:BI8771

  • Datum: 19 juni 2009

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Van Vlerken heeft een overeenkomst van aanneming gesloten met bouwbedrijf Ceelen B.V. Ceelen heeft op het campingterrein een ontmoetingsruimte gebouwd, en is vervolgens failliet verklaard. In eerste aanleg heeft Van Vlerken in conventie betaling van schadevergoeding gevorderd van Ceelen B.V. op grond van ondeugdelijke uitvoering van het werk. Vervolgens heeft Van Vlerken op grond van deskundigenberichten zijn eis vermeerderd in hoger beroep.

Rechtsvraag

Waar wordt de grens gesteld met betrekking tot de eisverandering in hoger beroep?

Hoge Raad

Een vermeerdering van de eis moet worden aangemerkt als grief aangezien toewijzing van de eis zou kunnen leiden tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank.
De twee-conclusie-regel brengt in beginsel mee dat alleen grieven aangevoerd mogen worden ten tijde van de memorie van grieven, dan wel in de memorie van antwoord. Vermeerdering van de eis kan in beginsel dus niet later gesteld worden dan in de memorie van grieven of in de memorie van antwoord.
Op deze hoofdregel kunnen uitzonderingen van toepassing zijn: wanneer de wederpartij ondubbelzinnig toestemming geeft voor een nieuwe grief, of wanneer de aard van het geding het toelaat dat in een later stadium nog grieven kunnen worden aangevoerd. Tevens heeft de Hoge Raad in dit arrest een uitzondering aan de hoofdregel toegevoegd. Er kan een uitzondering gemaakt worden op de hoofdregel indien eisvermeerdering voorkomt dat het geschil aan de hand van achterhaalde feiten zou moeten worden beslist of dat er zelfs een geheel nieuwe procedure moet worden aangespannen.