Privaatrecht – Wertenbroek q.q./Ervan van Vlerken ECLI:NL:HR:2009:BI8771

  • Datum: 19 juni 2009

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 353 lid 1 Rv

Feiten

Verweersters in cassatie zijn erfgenamen van Van Vlerken. Van Vlerken vordert schadevergoeding van een bouwbedrijf wegens de gebrekkige nakoming van een aannemingsovereenkomst. In hoger beroep last het hof een deskundigenbericht, waarna verweersters hun eis vermeerderen in reconventie. De curator van het bouwbedrijf, die in rechte namens het bouwbedrijf optreedt, uit tegen deze eisvermeerdering in zijn memorie van antwoord na het gelaste deskundigenbericht geen bezwaren. Om deze reden wordt de vermeerderde eis toegewezen, waar de curator het uiteindelijk niet eens is. De vraag die centraal staat is of deze vermeerderde eis op deze manier toe mocht worden gewezen of dat er in dit geval sprake is van een grief van de kant van de curator.

Rechtsvraag

Geldt een verandering of vermeerdering van de eis als een grief aan de kant van de wederpartij?

Rechtsregel

Uit de vaste lijn van de Hoge Raad blijkt dat als grieven dienen te worden aangemerkt alle gronden die de appellant aanvoert ten betoge dat de uitspraak uit eerste aanleg moet worden vernietigd. Een veranderde eis of een vermeerdering daarvan dient daarom ook als een grief van de kant van de wederpartij te worden aangemerkt, indien de toewijzing van deze eis mee zou brengen dat het dictum van het vonnis van de rechtbank door een nieuw dictum wordt vervangen. Deze zogeheten ‘twee-conclusieregel’ uit art. 353 lid 1 Rv beperkt de aan de eiser toekomende bevoegdheid om zijn eis te veranderen of te vermeerderen.