Privaatrecht – Verzoeker/New India ECLI:NL:HR:2017:208

  • Datum: 10 februari 2017

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:97 BW

Casus

In deze casus ging het om een aanrijding tussen twee taxichauffeurs op Aruba. De verzoeker in cassatie was taxichauffeur ten tijde van het plaatsvinden van het ongeval. Zijn auto, die hij gebruikte als taxi, is total loss verklaard als gevolg van het ongeval. De andere chauffeur was aansprakelijk voor de schade die verzoeker als gevolg van het ongeval heeft geleden en spreekt daartoe zijn verzekeraar, New India, aan. Op zijn beurt biedt de verzekeraar een vergoeding aan verzoeker aan, waarbij de restwaarde van het autowrak van het totaalbedrag wordt afgetrokken. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat New India veroordeeld dient te worden tot het vergoeden van alle schade die verzoeker als gevolg van het ongeval heeft geleden, dus de restwaarde van het autowrak dient niet van het totaalbedrag afgehaald te worden. Door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wordt dit toegewezen en wordt New India ook veroordeeld om het bedrag van de restwaarde van de auto aan verzoeker te vergoeden. Hierbij wordt echter wel vastgehouden aan de methoden die door New India zijn gebruikt om de cataloguswaarde van de auto vast te stellen, omdat dit zorgt voor een snelle afwikkeling van de zaak. Het hof heeft hiertoe dus de maatstaf uit het arrest Reaal/Athlon toegepast. Verzoeker is het hier echter niet mee eens, omdat de dagwaarde die is vastgesteld niet de dagwaarde is van dezelfde auto als die van verzoeker. Daarom stelt verzoeker zich op het standpunt dat het hof in het onderhavige geval ten onrechte de maatstaf uit Reaal/Athlon heeft toegepast, omdat dit er in het onderhavige geval niet voor zorgt dat verzoeker de schade vergoed krijgt die hij in werkelijkheid heeft geleden.

Rechtsvraag

Kan in het onderhavige geval de maatstaf uit het arrest Reaal/Athlon worden toegepast?

Lagere rechters

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelt dat ook de restwaarde van de auto aan verzoeker betaald dient te worden. Dat New India hiertoe een zogeheten afschrijvingsmethode heeft gehanteerd, levert volgens de feitenrechters geen bedenkingen op. Dit is omdat, net als uit het arrest Reaal/Athlon blijkt, schade aan auto’s veelvuldig voorkomt en dit vergt een snelle afwikkeling van de zaak, hetgeen wordt bevorderd door gebruik te maken van een geautomatiseerd systeem.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat art. 6:97 BW bepaalt dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de schade. Als uitgangspunt voor deze berekening dient genomen te worden dat benadeelde zoveel mogelijk in de toestand dient te worden gebracht als waarin hij zou hebben verkeerd zonder dat de schadeveroorzakende gebeurtenis zou hebben plaatsgevonden. Gaat een zaak geheel teniet, dan lijdt de benadeelde een verlies dat gelijk is aan de waarde van die zaak. De waarde van deze zaak zal in het algemeen worden vastgesteld op de waarde van de zaak in het economisch verkeer ten tijde van het verlies ervan. Dit is de zogeheten marktwaarde. Verzoeker maakt dus aanspraak op vergoeding van de marktwaarde van zijn auto. Dat het hof heeft aanvaard dat New India een zogeheten afschrijvingsmethode heeft gehanteerd bij het vaststellen van de waarde van de auto, is onjuist geweest nu verzoeker het gebruik van deze methode heeft betwist en het hof deze betwisting op ontoereikende gronden heeft verworpen. De klacht dat verzoeker aanspraak heeft op een hoger bedrag dan de marktwaarde van de auto om opnieuw eenzelfde auto te kunnen kopen, faalt volgens het oordeel van de Hoge Raad. Verzoeker heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat het in redelijkheid noodzakelijk is dat hij eenzelfde auto terugkrijgt.