Privaatrecht – Van Leuveren q.q./ ING ECLI:NL:HR: 2013:BY413

  • Datum: 1 februari 2013

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 42 Fw

Casus

In 2003 heeft de ING bank aan vennootschappen (hierna: kredietnemers) krediet verleend. Om terugbetaling te verzekeren heeft zij een eerste pandrecht op de boekvorderingen van de kredietnemers bedongen. Deze verpanding blijkt uit een stampandakte. De kredietnemers hebben eind mei 2010 een volmachtverklaring getekend. Met deze verklaring gaven zij aan ING de bevoegdheid hun boekvorderingen op derden aan zichzelf te verpanden. Onder andere deze volmacht ligt ten grondslag aan de dagelijks geregistreerde verzamelpandakte van de ING Bank. Op 6 juni 2010 worden de kredietnemers failliet verklaard. De curator heeft de volmachtverlening op grond van de faillissementspauliana vernietigd.

Rechtsvraag

Kan een onverplicht overeengekomen wijze van uitvoering van een eerder aangegane verplichting aangemerkt worden als een onverplichte en daarmee vernietigbare rechtshandeling in de zin van artikel 42 Fw?

Rechtbank

De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af. De curator besluit in sprongcassatie te gaan.

Hoge Raad

Vernietiging van de volmachtverlening, zoals de curator dit wenst, op grond van artikel 42 faillissementswet is niet mogelijk. Deze volmacht is alleen te beschouwen als een wijze van uitvoering van de verplichting tot verpanding die op de kredietnemers rust.

Vernietiging aan de hand van artikel 47 faillissementswet is ook niet mogelijk. Er is geen sprake van samenspanning tussen de ING en de kredietnemers. Er is geen grond het oogmerk van ING Bank zichzelf boven andere schuldeisers te begunstigen, toe te rekenen aan de volmachtgevers/kredietnemers.

De Hoge Raad beaamt dat de datering van de akte waarin de titel tot verpanding besloten ligt en de akte waarin de volmacht is verleend, vast dient te staan. Registratie van deze akten is hiervoor echter niet noodzakelijkerwijs vereist. Bij betwisting van de datering is het aan de partij die zich op de akte beroept om te bewijzen dat de datering juist is.