Privaatrecht – Van Dooren q.q./ ABN AMRO III ECLI:NL:HR: 2009:BI8493

  • Datum: 22 december 2009

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 47 Fw, art. 43 Fw en art. 45 Fw

De door de Hoge Raad inzake Van Dooren q.q./ABN AMRO III geformuleerde maatstaf met betrekking tot wetenschap van benadeling had in die kwestie betrekking op de onverplichte toezegging tot zekerheidstelling als dekking voor aanvullende bancaire kredietverlening aan een noodlijdende onderneming. Uit de rechtspraak die nadien is gewezen over de faillissementspauliana blijkt dat die maatstaf in alle gevallen van een beroep op de faillissementspauliana wordt toegepast, maar dat voor een geslaagd beroep van essentieel belang is hoe de feiten komen vast te staan, alsmede hoe de feitenrechter deze feiten en omstandigheden beoordeelt.

Daarbij geldt dat de curator de stelplicht en bewijslast heeft ten aanzien van alle onderdelen van de faillissementspauliana, tenzij sprake is van één van de wettelijke vermoedens genoemd in artikel 43 of 45 Fw, in welk geval tegenbewijs kan worden geleverd. De hiervoor behandelde uitspraken tonen nog maar eens aan hoe belangrijk het is dat het feitencomplex goed wordt verwoord, omdat meermalen toch wordt geoordeeld dat sprake is van het niet of onvoldoende gemotiveerd stellen, waarna argumenten terzijde worden geschoven.