Privaatrecht – Van Donkersgoed/ Jansen ECLI:NL:HR:2011:BP5612

  • Datum: 15 april 2011

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Van Donkersgoed heeft een bovenwoning gehuurd van Jansen. De woning ligt boven de apotheek van Jansen. Jansen heeft de huur opgezegd met als reden dat hij de woning dringend nodig had voor eigen gebruik. Van Donkersgoed heeft niet ingestemd met de opzegging van de huurovereenkomst. Jansen vordert dus beëindiging van de huurovereenkomst.

Rechtsvraag

Mag de rechter zelf feiten aanvullen?

Rechtbank

De vordering wordt door de kantonrechter afgewezen aangezien de dringende noodzaak tot eigen gebruik van de woning niet voldoende naar voren is gekomen.

Het Hof

Volgens het Hof is de dringende noodzaak wel voldoende aannemelijk gemaakt. Er is behoefte aan een aparte werkruimte om bepaalde werkzaamheden te verrichten. Voldoende hiervoor is dat op de begane grond geen ruimte is en dat de kelder niet geschikt is om deze werkzaamheden uit te voeren. Het belang van Jansen weegt zwaarder dan het belang van Van Donkersgoed.

Hoge Raad

Het Hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting aangezien het hof ten onrechte het dringende gebruik van de woning als bedrijfsruimte in aanmerking heeft genomen. Slechts het gebruik van de woning als woonruimte zou bij de beoordeling mogen worden betrokken.
Het Hof heeft daarentegen zelf feiten aangevoerd en partijen zijn niet in de gelegenheid gesteld om hiervan kennis te nemen. Hierbij heeft het Hof onder andere foto’s gebruikt die op internet stonden bij de beoordeling. Het Hof heeft gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof.