Privaatrecht – TenneT Tso Bv en Saranne BV/ABB Bv en ABB Ltd ECLI:NL:HR:2016:1483

  • Datum: 8 juli 2016

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:95-97 BW

Casus

ABB BV heeft een overeenkomst met een NV, waartoe zij een GGS-installatie verkocht en geleverd heeft. De GGS-installatie is onderdeel van een hoogspanningsnet. TenneT is als netbeheerder van dit hoogspanningsnet aangewezen door een bedrijf met de naam Sep. Sep heeft daarnaast ook Saranne BV opgericht, om de juridische eigendom van het hoogspanningsnetwerk (alsmede een aantal andere vermogensbestanddelen) aan Saranne BV te laten overgaan onder algemene titel. TenneT houdt alle aandelen in Saranne. De Nederlandse Staat houdt alle aandelen in TenneT. ABB Ltd. houdt alle aandelen in ABB. Door de Europese Commissie is echter bepaald dat ABB Ltd. inbreuk maakte op het EG-Verdrag. Er zou hier namelijk sprake zijn van kartelvorming. Op zijn beurt vordert TenneT daarom een schadevergoeding van ABB wegens inbreuk op het mededingingsrecht, in verband met de voor de GGS-installatie betaalde prijs. ABB stelt zich echter op het standpunt dat TenneT helemaal geen schade heeft geleden. De kosten van de GGS-installatie heeft TenneT namelijk doorberekend aan de afnemers.

Rechtsvraag

Wanneer dient de rechter tot beoordeling van een doorberekeningsverweer over te gaan? Dient dit bij bepaling van de schade in het kader van art. 6:95-97 BW te gebeuren of bestaat hier ook nog de mogelijkheid toe bij het toepassen van de voordeelstoerekening in de zin van art. 6:100 BW?

Lagere rechters

Naar het oordeel van de rechtbank en van het hof wordt de aanspraak van TenneT in redelijkheid gevormd door de prijsopslag in een schadestaatprocedure vast te stellen. De prijsopslag is het verschil tussen de prijs die daadwerkelijk is betaald en de prijs die zonder het kartel zou zijn betaald, min het gedeelte van de schade dat TenneT aan zijn afnemers door zou hebben berekend. Volgens het hof vindt bij doorberekening van schade namelijk verlegging van schade plaats aan degenen aan wie dit wordt doorberekend. Het hof beseft zich bovendien dat hierdoor niet aan ABB wordt ontnomen wat zij, als gevolg van de kartelinbreuk, te veel zou hebben ontvangen. Volgens het hof staat echter voorop dat TenneT wordt gecompenseerd voor het nadeel dat is geleden door het onrechtmatige gedrag van ABB. In het kader van de voordeelstoerekening komt het hof tot vermindering van de schadevergoedingsplicht, in het kader van het doorberekeningsverweer van ABB. TenneT vindt echter dat er hier geen sprake kan zijn van de toepasbaarheid van het leerstuk van voordeelstoerekening, het doorberekeningsverweer had de rechter reeds dienen te beoordelen bij het bepalen van het schadebegrip waar de omvang van de schade wordt bepaald (art. 6:95-97 BW).

Hoge Raad

Volgens de Hoge Raad komt een doorberekeningsverweer in het algemeen neer op de stelling dat de omvang van het recht op schadevergoeding moet worden verminderd naar gelang de schade aan derden doorberekend is. Dit kan zowel worden betrokken op het schadebegrip uit art. 6:95-97 BW, waarin de omvang van de schade wordt bepaald, als op het leerstuk van de voordeelstoerekening. Er zijn dus twee benaderingen mogelijk bij de beoordeling van een doorberekeningsverweer. Welke benadering de rechter kiest, is niet zozeer van belang omdat de rechter bij beide benaderingen dezelfde regels kan hanteren. Dit houdt in dat de rechter met inachtneming van het partijdebat vrij is om te bepalen welke twee van de benaderingen hij volgt bij beoordeling van het aangevoerde doorberekeningsverweer. Van belang is wel dat de wijze waarop de rechter toepassing geeft aan art. 6:98 BW, controleerbaar dient te zijn voor partijen en derden.