Privaatrecht – Siedsma/Reek NJ 1997 528

  • Datum: 25 april 1997

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 121 Rv

Feiten

Siedsma dagvaardt Reek. Op de dagvaarding staat dat het uur van aanvang van de zitting om 9.00 op 8 februari is, maar op die dag begint de zitting om 10.00. Reek verschijnt niet op de zitting en de rolraadsheer bepaalt dat Reek met herstel van het gebrek in de dagvaarding opnieuw moet worden opgeroepen om op 22 februari te verschijnen. Reek verschijnt ook dan niet, waarop het hof het exploot van Siedsma nietig verklaart, omdat de termijn voor dagvaardingen niet in acht is genomen. Ook weigert het hof verstekverlening. Siedsma stelt hiertegen cassatie in.

Aangevoerde gronden tegen;

• Een rechts- en motiveringsklacht tegen de overweging van het hof dat het vermelden van het onjuiste uur een nietigheid is;

• Dat het hof op grond van art. 93 lid 1 Rv heeft bepaald en gelast dat Siedsma Reek tegen een nieuwe dag moet oproepen met het herstel van gebrek;

• De beslissing om het exploot nietig te verklaren;

• De weigering van verstek te verlenen.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat in de eerste dagvaarding een uur stond waarop de rechter geen zitting hield, maar dat dit niet een fout is waaraan de nietigheid van de dagvaarding is verbonden. Aan de formele eis, namelijk dat in het exploot het uur staat waarop de dagvaardende partij de wederpartij in rechte wil zien, is namelijk voldaan. Ook oordeelt de Hoge Raad dat fouten in dagvaardingen zich lenen voor herstel, ook als die fouten geen nietigheid met zich meebrengen.

Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat, hoewel art. 92 lid 2 Rv betrekking heeft op een voor de dienende dag uitgebracht herstelexploot, het hof het exploot terecht nietig heeft verklaard, omdat ook bij het uitbrengen van een herstelexploot (na de dienende dag), de dagvaardingstermijn op straffe van nietigheid in acht moet worden genomen, ook indien de rechter herstel heeft bevolen. Indien inachtneming daarvan meebrengt dat de door de rechter bepaalde dag niet kan worden gehandhaafd, moet tegen een andere rechtsdag worden opgeroepen. De eisen van de goede procesorde brengen met zich mee dat art. 121 Rv van overeenkomstige toepassing is op alle exploten waarbij een partij de wederpartij oproept om voor de rechter te verschijnen. Tot slot heeft het hof terecht geen verstek verleend.