Privaatrecht – Shamshum/Mahuko ECLI:NL:HR:2009:BJ0652

  • Datum: 9 oktober 2009

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Feiten

Bij vonnis van de rechtbank Alkmaar van 15 mei 1986 is eiseres bij verstek veroordeeld tot betaling van een bedrag aan Citibank N.A., de rechtsvoorgangster van Mahuko. Eiseres doet bij exploot van 11 juli 2005 verzet tegen dit verstekvonnis en vordert ontheffing van de veroordeling. Bij vonnis van 8 maart 2006 verklaart de rechtbank eiseres niet-ontvankelijk in haar verzet.

Rechtsvraag

Wanneer begint de verzettermijn te lopen?

Hoge Raad

Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of eiseres tijdig verzet heeft gedaan tegen haar veroordeling bij verstek in het vonnis van 15 mei 1986. Nu het vonnis niet aan eiseres in persoon is betekend, geldt als maatstaf of de veroordeelde enige daad heeft gepleegd ‘waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan haar bekend is’. Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat zij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) haar veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten. De Hoge Raad is van oordeel dat eiseres een dergelijke handeling niet heeft verricht.